Zo vangt Nico (68) ratten met zijn fretten: 'Aan kruipruimtes begin ik niet'
In dit artikel:
Rattenoverlast neemt in steden toe en politieke partijen zoeken naar nieuwe middelen. De NVWA meldde in de eerste zeven weken van het jaar een recordaantal van 22 spoedsluitingen van winkels en horecazaken vanwege plaagdieren, bijna de helft in Amsterdam. Recent moest een eethuis in Amsterdam-Oost direct dicht nadat op sociale media beelden verschenen van ratten in de keuken en die uit het plafond vielen. Terwijl de gemeente Amsterdam vooral inzet op preventie — “de rat hoort bij de stad” — pleit JA21-fractievoorzitter Sytze Rijpkema voor een actievere bestrijding naar Rotterdams voorbeeld: het inzetten van fretten.
Nico Kraaijeveld (68), die in Rotterdam als ‘fretteur’ wordt ingezet, licht zijn aanpak toe. Eerst brengt hij in kaart waar ratten verblijven, plaatst hij vangkooien bij gaten en langs muren en spant hij vangnetten om het werkgebied af. Met behulp van honden controleert hij op vergeten toegangen. Vervolgens laat hij vier à vijf fretten los in de gangen en holen om de ratten op te jagen; soms doden de fretten een rat, vaker worden de dieren tijdens hun vlucht in kooien of netten gepakt door de honden. Kraaijeveld noemt de methode “een mooie aanvulling”, maar benadrukt dat het geen wondermiddel is: bouwkundige gebreken zoals kruipruimtes, dubbele wanden of kapotte riolering moeten eerst worden aangepakt voordat fretten effectief kunnen werken.
Hij wordt vooral door particulieren en bedrijven ingeschakeld: winkels, bakkerijen, slagerijen, restaurants, maar ook bij groenstroken en bloembakken. In Rotterdam beoordeelt de gemeente klachten en stuurt de fretteur als dat zinvol is. Kraaijeveld waarschuwt dat de zichtbaarheid van het werk schokkend kan zijn — honden kunnen een gevangen rat verscheuren — en dat niet iedereen daartegen kan; tegelijk wijst hij erop dat ratten ook gezondheidsrisico’s vormen en dat de mens vaak de leefomgeving van de dieren creëert door zwerfafval.
Historisch gebruikt Kraaijeveld fretten al zo’n vijftig jaar; vroeger voor konijnenjacht, later aangepast en kleiner gefokt (nu 300–450 gram) om ook bij ratten effectief te zijn. Volgens hem zou de methode in Amsterdam kunnen werken op vergelijkbare locaties als in Rotterdam: parken, horecapanden met aangrenzende groenstroken en grote bloembakken. Hij sluit af dat bestrijding altijd gecombineerd moet worden met structurele maatregelen en preventie om blijvende resultaten te bereiken.