Wordt Amsterdamse Pride werelderfgoed? Die kans is vandaag een stuk groter geworden
In dit artikel:
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft Pride Amsterdam voorgedragen voor de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van Unesco. Minister Rianne Letschert informeerde de Tweede Kamer hierover; de definitieve beslissing wordt pas eind 2028 verwacht.
De kandidaat betreft het LHBTIQ+-feest Pride, waarvan de Canal Parade het bekendste onderdeel is. De nominatie volgt op het advies van de Raad van Cultuur, die uit een shortlist van vijf voorstellen Pride koos omdat Nederland internationaal gezien wordt als voortrekker op het vlak van gendergelijkheid, queer-emancipatie en seksuele vrijheid. Formeel neemt het ministerie dat advies over.
Vervolgstappen: er moet een nominatiedossier worden opgesteld en goedgekeurd door de ministerraad; dat dossier moet uiterlijk 31 maart volgend jaar bij Unesco binnen zijn. Het Intergouvernementeel Comité van het Unesco-verdrag voor immaterieel erfgoed neemt daarna een besluit, naar verwachting eind 2028.
Pride-directeur Lucien Spee, die zich sinds 2017 inzet voor erkenning (Pride staat sinds 2019 op de Nederlandse erfgoedlijst), reageert verheugd. Hij hoopt dat de inzending breder geformuleerd wordt als 'Pride', zodat ook manifestaties in landen waar openlijk uitkomen riskant is, deel van de erkenning kunnen worden. De Raad van Cultuur steunt die naamwijziging om internationale deelname te vergemakkelijken. Of de nominatie wordt aangenomen hangt uiteindelijk af van de stemming van de lidstaten — en volgens Spee mede van hoe regeringen aanmerkingen op homoseksualiteit en genderdiversiteit plaatsen.