Wonen boven winkels is een kapitale utopie, blijkt in de Amsterdamse binnenstad

zaterdag, 21 maart 2026 (16:48) - Het Parool

In dit artikel:

In de Kalverstraat toont pandeigenaar Kroonenberg Groep hoe leegstaande winkeletages toch woonruimte kunnen worden: via een achterom in de Voetboogstraat, binnengangen en bestaande loopbruggen bereik je twee recent afgebouwde appartementen boven nummer 158. Dat project illustreert zowel de kansen als de beperkingen van het woningmaken boven winkelpanden in hartje Amsterdam.

Wat er speelt: decennialang zijn winkelpanden groter geworden, waardoor verdiepingen erboven vaak onbereikbaar en ongebruikt raakten. Alleen al in de Kalverstraat wordt geschat dat zo’n 240 verdiepingen leegstaan; in straten als Leidsestraat en Nieuwendijk gaat het ook om honderden lagen. Vastgoedadviseurs noemen nationaal cijfers tot zo’n 70.000 potentiële appartementen boven winkels, een getal dat beleidsmakers graag aanhalen. Kroonenberg bestempelt zulke optellingen als te optimistisch: veel etages zijn technisch of economisch onbruikbaar.

Belangrijkste belemmeringen:
- Toegankelijkheid: bovenverdiepingen missen vaak een eigen entree of zijn alleen via complexe interne routes bereikbaar. In het Kalverstraat-project was aanhaken op bestaande loopbruggen cruciaal.
- Bouwkosten en financiering: verbouwen vraagt vaak ingrijpende en dure ingrepen (liften, structurele aanpassingen, isolatie), terwijl de winkelhuuronderneming onderin meestal moet vertrekken en de eigenaar mogelijk twee jaar zonder huurinkomsten zit. Banken financieren zelden zulke hoogrisico‑omzetten.
- Regels en gemeentelijke eisen: lokale eisen kunnen onlogische verplichtingen opleggen, zoals parkeerplaatsen in midden van winkelstraten (voorbeeld Haarlem). Tegelijkertijd duren vergunningprocedures soms te lang voor projecten die geen langdurige leegstand kunnen toestaan.
- Economische haalbaarheid: door de hoge investeringen zijn woningen boven winkels zelden geschikt voor sociale of middenhuur. Bremmer: “Je kan geen middenhuur of sociale huurwoningen bouwen boven een winkel.” Projecten worden daarom gericht op vrije sector en hogere huursegmenten.

Concrete cijfers en voorbeelden: Kroonenberg zegt in de afgelopen veertig jaar zo’n 120 appartementen boven winkels in Amsterdam-Centrum te hebben gerealiseerd; vorig jaar kwamen in de binnenstad 36 winkelwoningen bij. Momenteel lopen er vergunningaanvragen voor ongeveer 120 winkelwoningen. Kroonenberg werkt nu aan projecten op plekken als Heiligeweg (ex-Nespresso) en op de Leidsestraat (vier woningen boven twee panden), en plant een bijzonder appartement van 128 m² aan de Prinsengracht. Huurprijzen zijn hoog: circa €2.200 per maand voor Kalverstraat‑appartementen en ruim €3.000 voor de luxe units aan de Heiligeweg.

Rol van gemeenten en subsidies: Amsterdam heeft recent meer bereidheid getoond om regelgeving flexibel toe te passen en ombouwen te versnellen, maar de beschikbare financiële stimulans is klein — zo’n €200.000 per jaar in totaal, met maximaal €25.000 per plan — en volgens ontwikkelaars onvoldoende om projecten rendabeler te maken. In andere steden leidde bureaucratie of starre bestemmingsplannen tot afwijzing van ingrijpende herontwikkelingen (voorbeeld Breda/V&D).

Wat betekent dit voor de wooncrisis? Om leegstaande bovenverdiepingen massaal om te zetten naar woningen zijn beleidsmatige aanpassingen nodig: realistische inventarisatie van bruikbare ruimte, gerichte financiële stimulering, versnelde en sector‑specifieke vergunningprocedures en flexibiliteit in regels zoals parkeernormen. Zonder zulke ingrepen blijven veel plannen kleinschalig en gedreven door eigenaren met langetermijnbelang en kapitaal om te investeren, terwijl de meeste pandkopers of banken dergelijke risico’s niet willen dragen.

Kortom: er is concrete potentie voor woningbouw boven winkels, maar technische, financiële en regelgevende obstakels maken grootschalige omzetting moeilijk. Projecten die wél lukken, leveren vooral duurdere huurwoningen en komen voort uit eigen investeringsbereidheid van grote eigenaren in plaats van uit marktdruk of generieke beleidsregels.