Wie krijgt voorrang in een crisissituatie? Gemeente oefent met noodsteunpunten
In dit artikel:
De gemeente Amsterdam en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland oefenden vandaag in buurthuis De Boomspijker en Sportcentrum Caland hoe noodsteunpunten functioneren tijdens een stroomstoring van 72 uur. Inwoners zouden daar informatie, praktische hulp en zorg kunnen krijgen als internet, telefonie en andere voorzieningen uitvallen. Ook het Rode Kruis, politie, handhaving en zorgverleners deden mee.
Buurtbewoners speelden uiteenlopende situaties na, van verzoeken om eten, een oplader of hondenvoer tot acute medische hulp voor iemand met een bloedend gebroken been. De oefening bracht vooral het dilemma naar voren hoe hulpverleners prioriteiten moeten stellen wanneer middelen en capaciteit beperkt zijn. Volgens projectleider Carline Hansen is Amsterdam nog onvoldoende voorbereid en moeten dit soort oefeningen duidelijk maken wat nodig is.
Het Rijk rekent voorlopig op één noodsteunpunt per 10.000 inwoners, wat voor Amsterdam ongeveer honderd locaties zou betekenen. Burgemeester Femke Halsema betwijfelt of dat haalbaar is en ziet mogelijk meer in een kleiner aantal grotere steunpunten, omdat onderlinge afstemming veel organisatie vereist.
Uit gemeentelijk onderzoek blijkt dat slechts 25 procent van de Amsterdammers een noodpakket heeft, tegenover 44 procent landelijk. Vooral jongeren onder de dertig noemen de kosten en het gebrek aan ruimte als obstakel. De gemeente wil met de oefeningen de voorbereiding en bewustwording vergroten; over twee maanden volgt een nieuwe oefening.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Ik word beroerd van mensen die blijven protesteren tegen Marco Borsato’