Wethouder wist voor verkiezingen al van kostenexplosie Oostbrug, maar deelde informatie niet
In dit artikel:
Wethouder Melanie van der Horst wist al maanden vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 dat de geplande Oostbrug over het IJ waarschijnlijk veel duurder zou worden dan de gereserveerde 325 miljoen euro. Uit documenten die AT5 via de Wet open overheid verkreeg, blijkt dat ambtenaren de nieuwe kostenraming al eind 2025 en begin 2026 met haar bespraken. De bandbreedte lag toen tussen 650 en 850 miljoen euro.
In een ambtelijke notitie van 26 november 2025 werd expliciet rekening gehouden met de timing rond de verkiezingen. De geactualiseerde cijfers moesten vóór de coalitieonderhandelingen beschikbaar zijn, zodat politieke partijen en het stadsbestuur rekening konden houden met de benodigde extra financiering. Toch werd op 12 februari besloten de nieuwe bedragen niet openbaar te maken en in officiële investeringsstukken de oude, lagere raming te blijven gebruiken. De gemeenteraad werd evenmin afzonderlijk geïnformeerd. Als reden werd onder meer verwezen naar de verkiezingen en een recente rapportage over het project.
Op 10 maart, acht dagen voor de verkiezingen, kreeg Van der Horst een presentatie waarin de bandbreedte en de onderliggende berekening tot in detail werden toegelicht. In dezelfde periode was zij lijsttrekker van D66 en presenteerde ze de bruggen over het IJ in campagneoptredens als een belangrijk resultaat van het vorige college. Ze zei onder meer dat de bruggen er zouden komen en dat er geld voor was, terwijl ze wist dat de oorspronkelijke financiering niet langer volstond.
De hogere raming werd pas begin juni naar buiten gebracht. De gemeente en de Vervoerregio zouden de brug volgens de oude raming ongeveer gelijk financieren, maar het is onzeker of de Vervoerregio extra geld wil uittrekken. De nieuwe wethouder Elise Moeskops voert daarover gesprekken.
De Oranjezomer: Chris Woerts ziet spannende beelden uit De Bondgenoten: 'Ik ga kijken!'