Volgens bassist Dominic Seldis moet iedere Amsterdammer deze 5 dingen gedaan hebben.

zaterdag, 18 april 2026 (20:48) - Het Parool

In dit artikel:

Dominic Seldis (55), aanvoerder van de contrabassen in het Koninklijk Concertgebouworkest en bekend als jurylid van Maestro, deelt zijn vijf favoriete Amsterdamse belevenissen en zegt eerlijk welke typisch-Amsterdamse gewoonte hij zichzelf nog niet eigen heeft gemaakt.

1) Weesp en de Vecht: Seldis geniet van de rust buiten de stad, vooral bij een fort aan de Vecht waar hij vaak op een bankje zit te staren naar voorbijvarende boten. Die plek brengt hem tot bezinning; hij noemt zichzelf gelukkig en dankbaar als hij daar zit, maar kan zich ook afvragen waarom hij niet in warmere oorden zit als het grauw en koud is.

2) Het Concertgebouw: Voor hem is het Concertgebouw “mijn kantoor” en hét heiligdom voor klassieke muziekliefhebbers. Seldis benadrukt de historische laag in die zaal: musici staan er tijdelijk op het podium, bewust van degenen die voor hen speelden en na hen zullen komen. Het gebouw huisvestte niet alleen symfonieën van Mahler, maar ook legendarische jazz- en popnamen zodra de setting veranderde.

3) Het drijvende grachtenconcert: Hij trad er drie keer op en noemt het ambivalente ervaring — spectaculair qua uitzicht op grachtenpanden en publiek dat vanaf ramen meekijkt, maar logistiek een nachtmerrie, zeker met een contrabas en bij slecht weer. Toch omvat het evenement volgens hem de kern van Amsterdamse gezelligheid en excentriciteit.

4) De Negen Straatjes: Seldis neemt bezoekers hiernaartoe vanwege de sfeer die haast onveranderd is gebleven. De smalle straatjes, gebouwd voor paard en wagen, voelen tijdloos. Hij heeft persoonlijke binding: zijn dochter woont er dichtbij en hij bezoekt graag lokale winkeltjes zoals de Amsterdam Watch Company.

5) Een Engels getinte pub: Hij waardeert een plek die de Engelse pub-sfeer benadert — vooral sinds de coronaperiode, toen ze hem redding boden met afhaal Sunday roasts en uitstekende scones. Dat comfortfood roept nostalgie op; een goede roast verkoos hij altijd boven Nederlandse stamppot.

Wat hij zichzelf “tot zijn schande” nog niet eigen heeft gemaakt, is echt fietsen als een Amsterdammer. Opgroeien in Engeland verschilde sterk, en in de drukke Amsterdamse fietscultuur voelt hij zich vaak onveilig en constant op scherp, terwijl lokale fietsers zelfverzekerd de baas lijken op de weg.

Kortom: Seldis combineert beroepsrespect voor klassieke tradities met persoonlijke favoriete plekken — van rustige rivieroases tot drukke, tijdloze stadsstraatjes — maar erkent ook zijn beperkingen in het navigeren van het alledaagse Amsterdamse leven.