Vijftien dagen per jaar je huis verhuren: wat de strengere Airbnb-regels betekenen voor Amsterdammers — en of ze eigenlijk iets uithalen
In dit artikel:
Amsterdam heeft dit voorjaar de regels voor vakantieverhuur opnieuw aangescherpt in acht buurten in Centrum en De Pijp, waar bewoners hun woning nog maar vijftien dagen per jaar mogen verhuren in plaats van dertig. De gemeente wil daarmee de toeristische druk en de gevolgen voor de leefbaarheid terugdringen, nadat onderzoek van Onderzoek en Statistiek Amsterdam uitwees dat de druk in die wijken te hoog is.
Het Parool onderzocht hoeveel woningen nog worden aangeboden met een vergunning. Daaruit blijkt dat vakantieverhuur in de meeste Amsterdamse buurten relatief beperkt blijft: vaak onder de 3 procent van de huishoudens. Uitschieters zijn vooral nieuwe woongebieden als Markthallen en Overamstel, waar door het kleine aantal huishoudens al snel een hoog percentage ontstaat. In de strenger gereguleerde buurten in De Pijp en Centrum ligt het aandeel ook laag, al was het aantal toeristische overnachtingen daar volgens de gemeente wel bovengemiddeld.
Bewoners reageren gemengd. Sommige verhuurders, zoals een man in de Oude Pijp, zijn boos en willen de huurprijs verhogen om het gemis te compenseren. Anderen, zoals een stel in De Pijp, vinden de beperking begrijpelijk en minder problematisch omdat zij de woning alleen af en toe verhuren als ze zelf weg zijn. Er zijn ook Amsterdammers die liever woningruil gebruiken dan Airbnb, omdat dat goedkoper is en minder gedoe geeft.
De gemeente benadrukt dat de effectiviteit van de nieuwe maatregel pas over twee jaar echt kan worden beoordeeld. Handhaving wordt bovendien aangescherpt: door nieuwe Europese regels moet Airbnb vanaf mei verhuurgegevens delen, waardoor de gemeente vanaf september geautomatiseerd kan controleren. Boetes kunnen flink oplopen, van 1.500 tot 18.000 euro.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'