'Verschillen in opkomst tussen Amsterdamse wijken is acute bedreiging voor de democratie'

maandag, 23 maart 2026 (21:02) - Het Parool

In dit artikel:

Politicoloog Floris Vermeulen (UvA) waarschuwt dat de gemeente Amsterdam onvoldoende heeft gedaan om het lage opkomstpercentage in sommige wijken structureel te verhogen, na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. In buurten van Zuidoost en Nieuw‑West stemde vaak maar 20–30 procent van de kiesgerechtigden; dieptepunt was de H‑Buurt (17,1%). Tegelijkertijd haalden Centrum en Zuid opkomsten van rond de 80–90 procent. Daardoor weerspiegelt de nieuwe gemeenteraad vooral de belangen van nét die groepen die wél stemmen, niet van de hele stad.

Het algemene opkomstcijfer steeg marginal van 46,6% (2022) naar 47,1%, maar Vermeulen noemt dat toeval en irrelevant zolang grote groepen op buurtniveau blijven wegblijven. Hij wijst op hardnekkige, structurele oorzaken: gebrek aan interesse, weinig vertrouwen in de politiek, het gevoel dat stemmen niets verandert, gecombineerd met sociaaleconomische kenmerken (jong, praktisch opgeleid, migratieachtergrond). Zulke overtuigingen verander je niet met losse maatregelen.

Eerdere onderzoeken — ook uitgevoerd in opdracht van de gemeenteraad acht en vier jaar geleden — leverden aanbevelingen op, maar veel daarvan zijn niet of halfslachtig uitgevoerd. De gemeente voerde vooral zichtbare, laagdrempelige acties uit (meer verkiezingsborden, toegankelijkere stemlocaties), terwijl onderzoek laat zien dat dat weinig effect heeft op werven van kiezers. Vermeulen pleit juist voor langdurige, inhoudelijke betrokkenheid: investeren in buurtorganisaties en samenwerking met lokale instellingen (ook kerkelijke of moskeeën), zelfs als dat politiek gevoelig is. Hij noemt voorbeelden als Stichting Hart voor de K‑buurt: conflicten tussen gemeente en buurtinitiatieven versterken wantrouwen en ondermijnen mobilisatie, terwijl zulke initiatieven juist mensen kunnen bereiken.

Vermeulen stelt dat alleen opkomstplicht echt effect zou hebben, maar erkent dat dit praktisch en politiek onwaarschijnlijk is. Ook internationaal is het probleem wijdverspreid; Nederland staat er relatief goed voor, maar kan volgens hem het voortouw nemen in het zoeken naar oplossingen. Tot die oplossingen behoren volgens hem inhoudelijker opkomstcampagnes (uitleggen waar gemeentepolitiek over gaat) en structurele steun aan lokale netwerken in plaats van eenmalige subsidies of louter logistieke aanpassingen.

Zijn conclusie: zonder moediger, langetermijnbeleid en echte investeringen in vertrouwen en lokale organisaties blijven de grote verschillen tussen buurten een acute bedreiging voor de representativiteit van de Amsterdamse democratie.