Veiligheid op straat topprioriteit, maar onduidelijkheid over waar het precies onveilig is
In dit artikel:
Na de moord op de 17-jarige Lisa en een reeks zedenincidenten kwam de veiligheid op straat in Amsterdam opnieuw sterk in beeld: er waren herdenkingen, protesten en campagnes zoals 'Wij eisen de nacht op', en de gemeente maakte miljoenen vrij voor maatregelen. AT5 liet 2.100 Amsterdammers meepraten over waar ze zich onveilig voelen; zeven op de tien mijdt specifieke plekken, bij vrouwen was dat 85 procent. Vooral stadsparken (Vondelpark, Sarphatipark, Oosterpark), industrieterreinen, winkelstraten na sluitingstijd, fietstunnels en gebieden rond stations werden vaak genoemd. Enkele concrete locaties die regelmatig opdoken: het Delflandplein, Ooster Ringdijk en Rozenburglaan.
Toen AT5 probeerde die waarnemingen te koppelen aan politie- en gemeentegegevens om te bepalen wat er echt gebeurt, stuitte het op grote onduidelijkheid. De politie registreert incidenten met handmatig gekozen categorieën, waardoor vergelijkbaarheid ontbreekt en meldingen zoals lastiggevallen of vervolgd worden nauwelijks terug te vinden zijn. Locaties als parken zijn lastig te selecteren in het systeem. Bij de gemeente komen meldingen over de openbare ruimte (SIA-meldingen) veelal in één bak terecht, zonder eenduidige classificatie: hetzelfde totaal kan dus variëren van klachten over te hoge bosjes tot afval.
Wethouder Melanie van der Horst erkent het probleem en zegt dat de gemeente haar registratie heeft aangepast: meldingen kunnen nu expliciet worden gemarkeerd als sociale-onveiligheidsmelding en worden zo opgeslagen. "Je kan nu een melding doen en aangeven dat je je ergens onveilig voelt," aldus de wethouder. De gemeente werkt ook met stadsdelen aan een lijst van 160 aandachtspunten, raadpleegt vrouwenorganisaties en organiseert schouwen waarbij plekken worden beoordeeld vanuit het perspectief van een jonge vrouw.
Praktische maatregelen lopen al: bij veel metrostations wordt naar veiligheid gekeken, op het Delflandplein is een vaste handhaver, cameratoezicht en straatcoaches ingezet en zijn bosjes gesnoeid; bij de Haarlemmerweg en de Transformatorweg zijn extra onderzoeken en overleg gaande; in Waterlandpleinbuurt zijn buurtouders actief. Van der Horst benadrukt dat veel meldingen snel met verlichting of snoeiwerk zijn aan te pakken, maar dat sommige problemen — zoals plekken met weinig mensen — niet alleen met fysieke ingrepen opgelost kunnen worden.
De gemeente wil nu meldingen van politie, vrouwenorganisaties en haar eigen systemen samenbrengen om een vollediger beeld te krijgen en gerichter maatregelen te nemen. Van der Horst roept Amsterdammers op daadwerkelijk meldingen te doen: zonder die informatie blijft onduidelijk waar en hoe het meest effectief moet worden ingegrepen.