Van stoepeschijters tot liefdezusters: wat zijn uw favoriete Amsterdamse bijnamen?

dinsdag, 7 april 2026 (15:07) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

Plattelandsbewoners en stadsgenoten wisselden door de eeuwen heen spottende en beeldende bijnamen uit die vertellen hoe men naar Amsterdammers, wijken en gebruiksvoorwerpen keek. Van buitenaf kregen Amsterdammers labels als stoepeschijters (om de vieze stoepen), brammen (druktezoekers), veenpuiten (verwijzend naar het veengebied) en waterhonden — een scheldnaam die teruggaat op de aanval van hertog Karel van Egmond in 1508.

Ook stadsbewoners zelf waren dol op creatieve naamgeving voor hun eigen omgeving. In de 19e eeuw was Amsterdam ingedeeld in 50 buurten met letters; Zo ontstond de raadselachtige bijnaam YY voor De Pijp. De Jordaan heette officieel Het Nieuwe Werk, de Staatsliedenbuurt kreeg het mondaine Koperen Knopenbuurt en de Spaarndammerbuurt de weinig vleiende Moord- en Brandbuurt. Tuindorp Oostzaan leverde het luchtige Tuttifruttidorp op; Tuindorp Watergraafsmeer werd al snel Betondorp vanwege de ruime toepassing van beton.

Bijnamen reikten verder: politieagenten heetten wout, juut of koperslager (naar het koperen stadswapen op hun hoed), de marechaussee kreeg eufemistische namen als ‘liefdezusters’. Ook trams en bussen kregen bijnaamlevens: de bus naar de Nieuwe Ooster heette Kraaienknip, een groene lijn heette De Kikker ongeacht kleurwissels, tram 1 werd Boerenkoollijn toen die richting tuinbouwgebied reed en lijn 4 ontwierp de tongbreker Hobbelderiekgooislootjeslijn.

Sporen van bijnaamdrift zijn overal: drinkfonteintjes werden Happertjes, de IJ-tunnel de Vinger van Jansen, praatpalen Kletskoppen, het Amstelstationsplafond een Smeerpijp. Het meest bekritiseerde gebouw is misschien de Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein: genoemd naar alles van Paleis voor Volksnijd tot Goudbunker en Poenpiek, een weerspiegeling van volkshumor en scepsis jegens macht en geld.

Die geografische en sociale koosnaampjes geven een compact beeld van volksmentaliteit, geschiedenis en stedelijke veranderingen: bijnamen vangen kritiek, trots, spot en geheugen en blijven vaak plakken, zelfs als de werkelijkheid verandert.