Van een rijtjeshuis in Abcoude naar een vrijstaand grachtenpand op het Singel
In dit artikel:
Sjef Bartels (51) en Corrien Blom (51) zijn na dertien jaar in Abcoude afgelopen zomer met hun drie zoons teruggekeerd naar de Amsterdamse binnenstad. Ze wonen nu met Sietse (17), Ilja (16) en Benjamin (13) in een vrijstaand grachtenpand uit 1735 aan het Singel — een zeldzaam huis met steegjes aan beide zijden waardoor er ramen zijn aan voor- en achterkant en de diepe verdiepingen verrassend veel licht hebben.
Het paar leerde elkaar kennen in Nijmegen en verhuisde in 2000 naar Amsterdam voor studie en werk. Hun eerste jaren in de stad brachten ze deels door in het souterrain van het pand aan het Singel, dat behoorde aan Sjefs oom. Na een periode in Zuid kochten ze een gezinswoning in Abcoude omdat dat gunstiger was voor Corriens werk en praktischer met jonge kinderen: geen trapjes met kinderwagens, fietsen die veilig buiten konden blijven en korte afstanden naar school en sport. In het dorp raakten ze ingeburgerd, maakten zij vrienden en waardeerden ze de ruimte en rust, maar de stad bleef trekken.
De kans om terug te keren ontstond toen Sjefs oom aankondigde twee verdiepingen van zijn huis te willen verkopen. Omdat de familie het pand buiten de openbare markt aanbood kon het gezin het vorige jaar overnemen. Hoewel het geen koop voor een prikje was, betekende de transactiewijze dat het huis in de familie bleef en dat was voor hen belangrijk.
De verhuizing levert uiteenlopende reacties op binnen het gezin. De twee oudste jongens zijn opgelucht en blij: zij zitten al op school in Amsterdam, hebben veel vrienden dichtbij en vinden het uitgaansleven en de korte reistijden prettig. De jongste miste aanvankelijk zijn sociale kring in Abcoude en de nabijheid van de voetbalclub, maar past zich geleidelijk aan. Sjef en Corrien zelf zijn enthousiast over de terugkeer: ze missen geen ruimte, maar juist de diversiteit aan mensen, winkels, horeca en culturele activiteiten die de stad biedt. Corrien vond snel een koor, sportklasjes en vrijwilligerswerk en ervaart daardoor veel nieuwe energie.
Tegelijk merken ze dat de binnenstad veranderd is: toeristenstromen en drukte, vooral rond de Negen Straatjes, zijn groter dan twee decennia geleden en sommige winkelgebieden zijn anders geworden. Ze passen daarop hun ritme aan (drukke tijden mijden) en zoeken alternatieven voor dagelijkse boodschappen, bijvoorbeeld een bakker op het Hugo de Grootplein. Sjef merkt met humor dat mensen soms denken dat hij als alleenstaande teruggekomen is; hij benadrukt dat hij is teruggekeerd met vrouw en kinderen.
Al met al was de stap van dorp naar gracht voor dit gezin een bewuste keuze: praktisch voordeel en een meer stedelijk gezinsleven wegen voor hen nu zwaarder dan het dorpsgemak waar ze dertien jaar eerder voor hadden gekozen. Ze zien de Amsterdamse woning als thuis voor het hele gezin, maar blijven zich bewust dat hun woonpad eerder een volgende halte dan een definitief eindstation is.