Totale waanzin in Amsterdam: één keutel van een bunzing legt bouwproject half jaar plat
In dit artikel:
Aan de Dijksgracht in Amsterdam ligt de aanleg van een nieuw fiets- en wandelpad al een half jaar stil nadat in een preventief geplaatst marterkastje één uitwerpsel van een bunzing werd aangetroffen. Omdat de bunzing als beschermde diersoort onder Nederlandse natuurbeschermingsregels valt, mag er tijdens de voortplantingsperiode niet ongestoord worden gewerkt; daarom is uitvoering van het project verboden van maart tot en met augustus en is een formele goedkeuring van de omgevingsdienst namens de provincie vereist voordat de aannemer verder kan.
Woordvoerder Maurits Koelewijn van stadsdeel Centrum benadrukt dat de gemeente de marterkasten uit voorzorg heeft geplaatst om zorgvuldig met het leefgebied om te gaan en dat het kastje geen lokval was. Hij erkent tevens dat volgens de regels één keutel voldoende is om aanwezigheid vast te stellen en dat er onbekendheid bestaat over het aantal bunzings in het gebied. De gemeente meldt dat de aannemer voor nu de kosten draagt, al zijn die nog moeilijk te kwantificeren.
De maatregel heeft directe praktische en economische gevolgen: bouwvakkers en de aannemer ondervinden vertraging en onzekere kosten, terwijl de gemeente zegt het gebied straks zo in te richten dat het geschikt wordt voor de bunzing. Tegenstanders zien in dit incident een voorbeeld van wat zij noemen starre, verstikkende natuurregelgeving die infrastructuur en werkgelegenheid belemmert; voorstanders wijzen op wettelijke plichten om beschermde soorten te sparen, ook als bewijs voor aanwezigheid uit sporen bestaat.
Kort samengevat: een enkele vondst van uitwerpsel in een voorzorgskastje blokkeert tijdelijk een stadsbouwproject aan de Dijksgracht, omdat de wetgeving de bescherming van een (vermoedelijke) bunzing in het broedseizoen verplicht stelt. De definitieve hervatting van de werkzaamheden hangt af van provinciale/formele toestemming; de financiële en sociale impact ligt voorlopig bij de uitvoerders.