Tien conclusies na de krankzinnige transferzomer van Ajax
In dit artikel:
Ajax sloot de eerste transferzomer van technisch directeur Jordi Cruijff af met elf aanwinsten voor het eerste elftal, een grote renovatie van Jong Ajax en het vertrek van zeventien spelers. De selectie die vorig seizoen als vijfde eindigde, kreeg daarmee een opvallend internationaal en ervaren gezicht. Onder anderen Julian Brandt, Marc ter Stegen, Thilo Kehrer, Marcos Leonardo, Sofyan Amrabat, Simon Adingra en Tolu Arokodare kwamen naar Amsterdam. Alleen Daley Blind en Amrabat hadden vóór dit seizoen al in Nederland gespeeld.
Cruijff en hoofdscout Joel Lara richtten zich duidelijk op een hoger internationaal segment dan Ajax de afgelopen jaren gewend was. Dat lukte mede dankzij creatieve, relatief risicoloze constructies. Zo betaalt Ajax slechts een beperkt deel van het hoge salaris van Ter Stegen, terwijl Jofre Torrents in principe transfervrij van Barcelona kwam. Barcelona behoudt wel de helft van de transferrechten en heeft vanaf 2028 een terugkoopoptie. Vier spelers zijn gehuurd en geen van die huurcontracten bevat een verplichte koopoptie. Voor Arokodare en Adingra bestaat wel een optie om hen later definitief over te nemen.
Individueel zijn de financiële risico’s daardoor beperkt, maar de bredere strategie brengt wel onzekerheid met zich mee. De gemiddelde leeftijd van de elf aanwinsten is 27,8 jaar en slechts drie spelers zijn jonger dan 25. Bovendien is een groot deel geen eigendom van Ajax, terwijl de salarissen vermoedelijk aanzienlijk zijn. Als de club dit seizoen niet bij de eerste twee eindigt en opnieuw Champions League-inkomsten misloopt, kan die keuze zwaarder gaan wegen. De selectie werd wel vroeg samengesteld: op 1 augustus waren al vijf beoogde basisspelers binnen en kort daarna volgde Ter Stegen. Door de Europese voorrondes konden de nieuwelingen bovendien snel wedstrijdritme en onderlinge automatismen opbouwen.
Bij het samenstellen van de groep ontstonden verschillende bestaande verbanden. Brandt, Ter Stegen en Kehrer speelden samen voor Duitsland, Kehrer, Caio Henrique en Adingra waren ploeggenoten bij AS Monaco en Ter Stegen, Blind en Viktor Tsygankov werkten samen bij Girona. Ook binnen de Braziliaanse spelersgroep is snel een herkenbare band ontstaan. Of Cruijff deze connecties bewust gebruikte, is niet bekend.
Een belangrijk sportief doel werd uiteindelijk bereikt: Ajax haalde met Amrabat de gewenste controlerende middenvelder binnen, enkele dagen voor het sluiten van de markt. De spoeling achter hem is echter dun. Youri Regeer vertrok op huurbasis naar Werder Bremen, Jorthy Mokio wordt eerder als een nummer acht gezien en de zeventienjarige Abdoulaye Camara begint bij Jong Ajax. Opvallend is bovendien dat Amrabat niet met rugnummer zes speelt; dat nummer ging later naar verdediger Kehrer.
Ook Jong Ajax werd sterk vernieuwd. De club haalde zes spelers uit het buitenland, onder wie vier voetballers van twintig jaar of ouder, nadat het beloftenteam vorig seizoen laatste was geworden in de Keuken Kampioen Divisie. Samen met de aanstelling van de Spaanse trainer Carlos García past dit in de ambitie om Jong Ajax internationaler en sterker te maken. De investeringen gelden eveneens als relatief veilige gok: een speler die doorbreekt kan goedkoop waardevol blijken, terwijl een mislukte transfer financieel beperkt blijft.
Cruijff hield zich tijdens de transferperiode grotendeels op de achtergrond, zoals hij bij zijn aantreden had aangekondigd. Veel onderhandelingen bleven geheim tot de afronding. De onverwachte presentatie van Brandt op 31 juli was daarvan het duidelijkste voorbeeld; het contact met de Duitser liep al sinds mei. Ook met Amrabat sprak Cruijff al vanaf april. Achter de schermen kon Ajax zo meerdere verrassende deals voorbereiden.
Om ruimte te maken voor de nieuwe spelers vertrokken zeventien selectiespelers definitief of tijdelijk. Sean Steur en Mika Godts leverden met mogelijke bonussen de hoogste opbrengsten op: Newcastle United en Paris Saint-Germain kunnen samen tot 82 miljoen euro betalen. Onder anderen Akpom, Mannsverk en Van den Boomen vertrokken definitief, terwijl Sutalo en Ávila werden verhuurd. Owen Wijndal leek op de slotdag eveneens te vertrekken, maar die transfer ketste af. Daarmee eindigde een zomer vol grote namen, creatieve constructies en onverwachte wendingen.
Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'