Stichting De Vrolijkheid wil kinderen in azc's méér laten zijn dan hun vluchtverhaal
In dit artikel:
Matea Šafar (41) is sinds drie jaar artistiek directeur van Stichting De Vrolijkheid, de Amsterdamse organisatie die al 25 jaar creatieve workshops (kunst, dans, theater, muziek) aanbiedt in Nederlandse asielzoekerscentra (azc’s). Vandaag begeleidt ze in azc Kabelweg bij Sloterdijk kinderen die textielcollages maken; de paarse button op haar oranje overall verwijst naar de mengkleur die de stichting als metafoor hanteert voor diversiteit en samenspel.
Šafar, zelf op zevenjarige leeftijd gevlucht uit het belegerde Sarajevo en later alleenstaande minderjarige asielzoeker, gebruikt haar eigen achtergrond als drijfveer voor het werk. Ze benadrukt dat creativiteit voor gevluchte kinderen meer is dan tijdverdrijf: het biedt ruimte om te spelen, fantaseren en emoties te verwerken, en het voorkomt dat het vluchtverhaal het hele bestaan overneemt. De projecten geven kinderen ook een veilig ritme en sociale contacten die in het often krappe, onrustige leven in een azc ontbreken.
De Vrolijkheid werkt in ongeveer dertig azc-locaties met een netwerk van ruim zevenhonderd vrijwilligers, lokale kunstenaars en coördinatoren, deels zelf (oud-)bewoners. Naast wekelijkse ateliers organiseert de stichting intensieve familieprojecten om ouder-kindrollen te herstellen (ouders leren een ambacht, geven dat vervolgens door aan hun kinderen), en maatwerk voor jongeren van 18–23 jaar: bijvoorbeeld een vijfdaags audioproject in een professionele studio. Samenwerkingen met instellingen zoals het Van Gogh Museum brengen werk van azc-kinderen in publieke tentoonstellingen.
Hoewel de teams vaak getuige zijn van schrijnende verhalen en tekenen van trauma — van aanhankelijkheidsproblemen tot teruggetrokken gedrag — zien ze hun rol niet als therapeutisch maar als laagdrempelige, stabiliserende interventie. Creatieve activiteiten blijken conflicten te doorbreken en bijdragen aan de leefbaarheid in opvanglocaties; de samenwerking met het COA is daarbij cruciaal, maar de tijdelijk veranderende aard van locaties en schommelende financiering vormen uitdagingen voor continuïteit.
Šafar maakt zich zorgen over de toenemende verharding in de samenleving en uitsluiting, maar ziet tegelijk een tegenbeweging: een groeiend aantal vrijwilligers en betrokkenheid. De stichting profileert zich als inclusief, onafhankelijk en politiek neutraal, terwijl Šafar persoonlijk activistisch is betrokken bij kwesties van rechtvaardigheid. De Vrolijkheid blijft inzetten op ruimte voor “het andere verhaal” van gevluchte kinderen — het recht om gewoon kind te zijn.