Steeds meer kleuters gaan niet naar school: "Mijn kind verdween als dossier op de achtergrond"
In dit artikel:
In Amsterdam groeit het aantal jonge thuiszitters: van de 821 kinderen die vorig schooljaar niet op een school waren ingeschreven, was ongeveer twaalf procent vijf of zes jaar oud — ruwweg honderd kleuters — en het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger omdat veel kinderen formeel wel nog op de boeken staan. Experts en ouderorganisaties waarschuwen dat kinderen die vroeg extra ondersteuning nodig hebben te vaak tussen wal en schip belanden omdat geschikte plekken ontbreken of traag vrijkomen.
Het verhaal van ouders als Ali Karaali illustreert de knelpunten. Zijn zonen Kiyan (non-verbaal, vermoedelijk taalontwikkelingsstoornis) en Rayan kregen vanaf de kleuterleeftijd geen stabiele plek. Kiyan werd door verschillende reguliere scholen teruggestuurd of hield het niet vol, een doorverwijzing naar speciaal onderwijs bleek niet passend omdat hij naar een ander cluster werd verwezen dan zijn vermoedelijke probleemgebied. In het Nederlandse systeem zijn speciale scholen onderverdeeld in vier clusters; Kiyan kreeg cluster 3 (lichamelijke/verstandelijke beperkingen) terwijl zijn moeilijkheid mogelijk bij cluster 2 (taal) hoort. Omdat diagnoses soms niet volledig kunnen worden afgerond, blijft concrete toewijzing uit en start de wachtrij.
Belangrijke oorzaken zijn: toenemende vraag naar specialistische zorg, langere wachttijden voor plaatsen in het speciaal onderwijs (van enkele maanden tot meer dan een jaar afhankelijk van het cluster), en scholen die onder druk terughoudendheid tonen bij het toelaten van kinderen die intensievere begeleiding nodig hebben. Samenwerkingsverbanden en ouderorganisaties signaleren dat scholen niet altijd voldoen aan hun wettelijke zorgplicht; kinderen worden soms slechts beperkt toegelaten (enkele uren per week) of gewoon naar huis gestuurd zonder afdoende begeleiding. De administratieve en institutionele versnippering — ouders krijgen vaak onduidelijk advies tussen school, samenwerkingsverband, leerplicht, Ouder- en Kindteam en jeugdhulp — zorgt ervoor dat niemand stevig de regie neemt.
De praktische gevolgen zijn groot: kinderen missen ontwikkelingsgerichte begeleiding in een kwetsbare fase, raken extra ontregeld door opeenvolgende mislukte schoolstarts en lopen risico op langdurige achterstanden. Ouders lijden onder stress, financiële problemen en stigmatisering: Karaali vertelt dat meldingen bij Veilig Thuis werden gedaan omdat de school “niet-pluis”-gedrag signaleerde, terwijl de klachten later door de geschillencommissie ongegrond werden verklaard. Zulke meldingen kunnen ernstige gevolgen hebben, en ministeriële richtlijnen schrijven voor dat onderwijsgeschillen geen aanleiding mogen zijn voor dergelijke veiligheidsmeldingen.
Er zijn ook lokale initiatieven die laten zien dat het anders kan. Onze Amsterdamse School richtte een onderwijszorggroep op voor vier- tot zevenjarigen met gedragsproblemen — kleinschalige klassen (maximaal vier kinderen op twee docenten) binnen een reguliere school, gericht op intensieve begeleiding en het leren meedraaien in routines. Voorbeelden zoals de vijfjarige Mitansh tonen dat gerichte, kleinschalige ondersteuning snel resultaat kan opleveren en doorstroom naar regulier onderwijs mogelijk maakt.
Toch blijft capaciteit een knelpunt. De gemeente wilde vóór de zomer 21 onderwijszorggroepen realiseren, maar kwam eindigt op twaalf; personeelstekort wordt als oorzaak genoemd, al verwacht de gemeente dat dit later in het jaar opgelost wordt. Tegelijk is de vraag naar gespecialiseerde dagbehandeling en kinderdagcentra sterk gestegen: aanvragen zijn in drie jaar verviervoudigd.
Reacties van betrokken organisaties reflecteren de complexiteit: het samenwerkingsverband erkent de frustratie over wachtlijsten en benadrukt dat ook scholen soms teleurgesteld raken als een plaats niet direct beschikbaar is; OCO en andere belangenbehartigers verwijten scholen dat ze te snel moeilijke casussen afschuiven. Men pleit voor snellere doorstroom, goede ambulante ondersteuning in het regulier onderwijs en meer capaciteit in specialistische voorzieningen, zodat jonge kinderen niet de prijs betalen van een systeem dat onvoldoende aansluit op hun ontwikkelbehoeften.
Kortom: in Amsterdam staan steeds meer kleuters stil doordat passende onderwijsplekken ontbreken of te laat komen. Er zijn succesvolle kleinschalige voorbeelden, maar zonder meer capaciteit, betere coördinatie en naleving van de zorgplicht dreigen kwetsbare kinderen en hun gezinnen langdurig nadeel te ondervinden.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen: 'Koeman had die lastpost beter niet mee kunnen nemen'