Schrijver Esther Goedegebuure zag Oud-Zuid veranderen: 'Het was vroeger al fijn en prettig, maar niet poenerig'
In dit artikel:
In een interview met Robert Vuijsje schetst schrijfster Esther Goedegebuure hoe haar buurt Oud-Zuid in Amsterdam verandert en welk symbool die transformatie het beste vat: de Birò, kleine elektrische karretjes. Voor haar markeren die autootjes een scheidslijn tussen de oude garde—veelal creatieven en cultuurwerkers—en de nieuwe, vaak welgestelde bewoners en expats. Waar vroeger Zuid als prettig maar niet opschepperig werd ervaren, ziet Goedegebuure nu “posh” winkels in de Beethovenstraat, Engelse en andere talen op het schoolplein van de Nicolaas Maesschool, en appartementen die door Londenaren of koppels worden bewoond die er maar een deel van het jaar verblijven.
Goedegebuure put ook uit eigen ervaring: ze was jarenlang hoofdredacteur van het maandblad JAN, verhuisde naar Amsterdam voor werk en leeft sinds die tijd in Zuid. Haar kinderen groeiden er op met een overvloed aan culturele activiteiten binnen handbereik; nu zij uit huis zijn, constateert ze het effect van het lege-nestleven aan eigen hebbelijkheden zoals het vaker bezoeken van bioscopen met een Cinevillepas. Ze ervaart Zuid als een buurt met sociale binding—je kent je buren—wat in haar ogen verschilt van de anonieme drukte rond de grachtengordel.
Het gesprek gaat verder naar haar boeken: na Moeders schreef ze Vaders, waarin ze onderzoekt hoe vaderrollen de afgelopen decennia zijn veranderd. Goedegebuure ziet een generatieverschuiving: vaders van nu zijn emotioneler en meer betrokken dan hun voorgangers, iets wat volgens haar voortkomt uit bredere maatschappelijke ontwikkelingen en therapiegerichte zelfreflectie. Ze vergelijkt haar man Lodewijk, die open en nabij is in zijn omgang met hun kinderen, met de meer afstandelijke vaders uit eerdere generaties.
Tegelijk erkent ze het privilege van bewoners in Zuid: het is een luxe om met opvoeding, tijd en emotionele ontwikkeling bezig te kunnen zijn. In Vaders haalt ze ook verhalen aan van onder anderen Özcan Akyol en Edson da Graça om te laten zien dat betrokken vaderschap niet alleen voorkomt in welgestelde milieus, maar dat de veranderingen in vaderschap breed, en soms compenserend, voelbaar zijn.