Rechtbank geeft gemeente gelijk over windmolenconflict met provincie
In dit artikel:
De rechtbank heeft de gemeente Amsterdam in het gelijk gesteld in de zaak tegen provincie Noord-Holland over de bouw van drie windturbines bij de oostkant van de Noorder IJplas. De provincie had eerder de vereiste toestemming geweigerd, maar de rechter oordeelde dat die weigering niet op de juiste juridische gronden was gebaseerd. Volgens het vonnis heeft de provincie regels onjuist toegepast; er loopt bovendien nog een procedure over natuur en de provincie had onvoldoende aangetoond dat de verkeersveiligheid zou worden aangetast.
De plek werd al in 2012 door de gemeenteraad als geschikt voor windenergie aangewezen. In 2023 vroeg initiatiefnemer Amsterdam Wind vergunning aan; energiecoöperaties werkten het plan uit en de Omgevingsdienst gaf eerder een positief advies. Omdat de provincie nu opnieuw moet besluiten of zij een uitzondering op het bestemmingsplan toestaat, heeft ze daartoe 16 weken de tijd.
Wethouder Zita Pels reageert opgelucht en benadrukt dat initiatiefnemers recht hebben op een voorspelbare overheid; zij hoopt dat de provincie uiteindelijk wel toestemming verleent omdat de turbines lokaal schone energie kunnen leveren. Tegelijk erkent de gemeente dat de hernieuwde procedure bewoners in onzekerheid laat en dat tegenstanders — die eerder de weigering vierden — zich blijven verzetten. Amsterdam noemt daarnaast meerdere andere geschikte locaties voor windmolens, zoals het Westelijk Havengebied, Diemerscheg en rond Holendrecht/Gein, waar volgens de gemeente minder overlast voor woningen te verwachten zou zijn.
Kortom: juridisch is de weg geopend voor heroverweging van het project bij de Noorder IJplas, maar de uiteindelijke komst van de molens blijft onzeker door verdere procedures en lokaal verzet.