Onder de grond: de vergeten bunkers van Amsterdam
In dit artikel:
In Amsterdam zijn nog tal van verborgen schuilplaatsen overgebleven uit een tijd dat een aanval uit de lucht of zelfs een kernoorlog reële scenario’s leken. Vanaf 1939, een jaar voordat de Tweede Wereldoorlog Nederland bereikte, bouwde de stad op veel plekken schuilkelders: onder bruggen, bij drukke kruispunten en in parken. Na de oorlog verdwenen veel Duitse bunkers, maar de gemeente bleef in de daaropvolgende decennia investeren in ondergrondse bescherming tegen nieuwe dreigingen.
In 1951 moest elke gemeente een openbaar voorzieningsplan opstellen; Amsterdam noemde dit PLAN en voorzag 193 locaties, doorgaans ingericht voor circa 100 personen. In 1952 werd de nationale organisatie Bescherming Bevolking (BB) opgericht; op het hoogtepunt bestond die uit bijna 160.000 vrijwilligers en in de stad verrezen meer dan honderd ondergrondse voorzieningen. De overheid verspreidde praktische instructies over hoe burgers zich zouden moeten gedragen bij een nucleaire explosie, maar dat optimisme stuitte op scepsis in de samenleving — illustratief is de scherpe reactie van schrijver Harry Mulisch op de overheidsboodschap.
Rond 1960 werden de eisen strenger: naast beschutting tegen bommen moest bescherming tegen radioactieve neerslag gewaarborgd worden. Bunkers kregen dikkere wanden, luchtsluizen, zandfilters, luchtbevoorrading en noodstroomvoorzieningen. Opvallende voorbeelden zijn de Vondelbunker in de brug bij de Van Baerlestraat — van oorlogskelder omgebouwd tussen 1967 en 1970 tot atoomkelder voor ongeveer 2.600 personen — en de kelders onder de Torensluis die in 1976 werden aangepast voor 240 mensen. Bij de aanleg van de metro in de jaren 70 kregen stations als Weesperplein, Nieuwmarkt en Wibautstraat een dubbelfunctie; Weesperplein bood plaats aan circa 12.000 mensen, de andere twee elk aan circa 6.000, met nog veel van de technische installaties ondergronds aanwezig.
Met het afnemen van de Koude Oorlogspolitieke druk verloor de BB betekenis en werd de organisatie op 11 juni 1986 formeel opgeheven. Veel schuilplaatsen raakten in onbruik of werden gesloopt; sommige zijn herbestemd (bijvoorbeeld als cultureel podium), andere liggen nog onzichtbaar onder wegen en perrons. Ze vormen een tastbare herinnering aan decennia van voorzorg en angst waarin Amsterdam zich op de ergste scenario’s voorbereidde — voorbereidingen die uiteindelijk nooit echt getest werden.