Minister wil Wet betaalbare huur aanpassen: "Verhuurders kunnen dan weer meer gaan vragen"
In dit artikel:
D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan wil de Wet betaalbare huur aanpassen omdat die volgens haar niet het beoogde resultaat opleverde. De wet, ingevoerd in 2024 door toenmalig minister Hugo de Jonge, gebruikt een puntensysteem (woningwaarderingsstelsel) om te bepalen hoeveel huur een verhuurder maximaal mag vragen. Het doel was meer betaalbare huurwoningen, maar in de praktijk leidde het juist tot minder aanbod: verhuurders met meerdere panden zagen hun opbrengsten dalen en zetten woningen te koop, waardoor de huursector krimpte.
In een brief aan de Tweede Kamer werkt Boekholt-O’Sullivan aan wijzigingen die verhuur aantrekkelijker moeten maken en meer flexibiliteit bieden. Kernpunten zijn een aanpassing van het puntensysteem, zodat het ontbreken van een buitenruimte zoals tuin of balkon niet automatisch tot veel lagere huur leidt, en het opnieuw mogelijk maken van tijdelijke huurcontracten voor studenten (nu toegestaan alleen voor studenten van buiten de gemeente). Daarnaast mogen WOZ-waardes in sommige gevallen zwaarder meewegen: de bestaande grens dat WOZ maximaal 33 procent van de punten mag bepalen blijft formeel bestaan, maar verhuurders zouden voortaan een opslag kunnen vragen waardoor woningen op papier middenhuur in praktijk duurder uitvallen. Vooral in steden als Amsterdam, waar WOZ-waarden hoger zijn, kan dat tot hogere huren leiden. Ook kleine rijksmonumenten onder 40 m2 mogen volgens de wijziging meer op basis van WOZ gewaardeerd worden.
Reacties zijn verdeeld. Huurdersorganisatie !Woon (directeur Evert Bartlema) is fel tegen: de stichting vreest dat de wijzigingen huurders, met name in grote steden, duperen en vindt dat men beter had kunnen wachten op de geplande evaluatie van de wet in 2027. Volt-raadslid Juliet Broersen deelt die terughoudendheid en is bezorgd over de hervatting van tijdelijke contracten voor studenten, uit vrees voor grotere woononzekerheid. Aan de andere kant juicht Ja21-raadslid Sytze Rijpkema stappen richting ontlasting van verhuurders toe; volgens hem was de eerdere beperking van de vrije sector te ingrijpend en is marktrust nodig om aanbod te behouden.
Kort samengevat: de minister wil de regels versoepelen om verhuurders te stimuleren woningen te blijven verhuren, maar critici vrezen dat dat ten koste gaat van betaalbaarheid en zekerheid voor huurders, zeker in dure stedelijke gebieden.