Micky Samardzic (1939-2026) trainde Edgar Davids en Frank Rijkaard, maar maakte voor de amateurvoetballer net zoveel tijd
In dit artikel:
Mihailo ‘Micky’ Samardzic (†87) was decennialang een kleurrijke en invloedrijke verschijning in het Amsterdamse voetbal. Vanuit Belgrado kwam hij in 1968 naar Nederland als spits van Blauw‑Wit en vestigde zich voorgoed in de stad. Als speler was hij een sluwe, kopsterke doelpuntenmaker; later maakte hij naam als pionier van individuele en hersteltrainingen met een eigen voetbalschool.
Samardzic trainde generaties voetballers — van amateurs tot internationals. Namen als Edgar Davids, Frank Rijkaard, Roberto Baggio, Márcio Santos, Stanley Menzo en Regilio Simons passeerden de revue; meer recent hield hij banden met spelers als Derrick Luckassen (die volgens vrienden dankbaar was voor Micky’s begeleiding). Agenten en scouts stuurden talenten naar hem toe omdat hij spelers fit, optimistisch en zelfverzekerd kon maken. Voormalig Ajax‑scout Hans van der Zee en ex‑perschef David Endt omschreven hem als iemand die vertrouwen schonk en een aanstekelijke liefde voor het spel uitdroeg.
Micky combineerde professionaliteit met excentriciteit. Hij sprak met een zwaar accent, maakte vaak ludieke opmerkingen en hield er eigenzinnige trainingsmethodes op na — van zandoefeningen bij de Sloterplas, die hij gekscherend ‘Californië’ noemde, tot het meenemen van pionnen bij wegwerkzaamheden. Zijn aanpak werkte: hij trok zowel toptalenten als amateurs aan en hield vast aan hoge fitheidseisen. Tegelijk bleek hij als hoofdtrainer chaotisch en soms slecht in communicatie, een karaktertrek die soms botste met bestuurskamers en collega’s.
Een van zijn grootste prestaties als coach was het leggen van de basis onder het succes van Türkiyemspor; onder zijn leiding promoveerde de club meerdere keren van de laagste regionen. Spelers en oud‑collega’s herinneren zich zijn nadruk op handelingssnelheid en forechecking — elementen die vooruitstrevend waren voor het amateurniveau.
Privé woonde Micky in Amsterdam met zijn vrouw Nada, die als tolk bij de rechtbank werkte, en hun twee kinderen. Ondanks zijn hoge leeftijd en een nieuwe knie bleef hij actief op de velden. Voor zijn verdiensten voor de stad kreeg hij in 2021 de Amsterdamspeld; hij maakte geen onderscheid tussen afkomst of cultuur en was geliefd in het veelkleurige Amsterdamse voetballandschap.
Samardzic overleed plotseling op 87‑jarige leeftijd en werd donderdag gecremeerd op Zorgvlied. Op zijn afscheidskaart prijkte zijn veelgebruikte motto: "Het leven was toppie toppie." Zijn nalatenschap leeft voort in de talloze spelers die hij fysiek en mentaal sterker maakte en in de losse, vaak luidruchtige figuur die Amsterdam jarenlang op de velden kleurde.