Manuela en Roel woonden prachtig aan het water, maar verhuisden toch weer terug naar Amsterdam

zaterdag, 11 april 2026 (17:02) - Het Parool

In dit artikel:

Manuela (55) en Roel (54) van der Wiel groeiden op en begonnen hun relatie in Amsterdam, maar verlieten de stad eind jaren negentig vanwege betaalbaarheid. Na eerst een zolderkamer in Oost te hebben gekocht (voor 35.000 gulden) belandden ze via een huis in ’s-Graveland in 2000 in Nederhorst den Berg, waar ze uiteindelijk een ruime woning direct aan de Spiegelplas kochten. Daar leefden ze het droomleven aan het water: een steiger, een boot, drie kinderen die opgroeiden met zeilen en zwemmen, en veel betrokkenheid bij het dorpsleven — bestuurswerk bij de voetbalclub en school, buurtvrienden, sportclubs voor de kinderen.

Toch bleef Amsterdam trekken. Weekendjes en avondjes in de stad — naar de kapper, theater, lunchen, shoppen — bleven terugkerende rituelen. Zolang de kinderen klein waren was een terugkeer naar Amsterdam praktisch onmogelijk: een gezinshuis met voldoende slaapkamers was onbetaalbaar. Toen de kinderen uitvlogen en ze met z’n tweeën overbleven, begon een langdurig project om terug te keren. Precies vijf jaar geleden, in april, verkochten ze hun huis aan de Spiegelplas (240 m2) en kochten een appartement aan de Amstelveenseweg, met uitzicht op het Vondelpark in de Schinkelbuurt. Ze gingen van 240 naar 114 vierkante meter: “We hebben 130 vierkante meter in de prullenbak gedaan,” zegt Manuela — maar het voelt niet krapper, vinden ze.

De keuze voor de Schinkel benadrukt hun verlangen naar de stadse dynamiek en diversiteit. Ze waarderen de mix van buurttrekjes — bakkertje en slager, sociale huurwoningen naast koop — en de culturele prikkels die Amsterdam biedt: theaters, musea, horeca, en de variatie aan mensen in het Vondelpark. Zowel Manuela als Roel zochten ook opnieuw bestuurlijke en sportieve betrokkenheid: Manuela roeit bij De Schinkel, Roel is bestuurslid bij voetbalclub Swift. Daardoor ervoeren ze hun terugkeer als een warm bad en een hernieuwde aansluiting bij hun stadse identiteit.

Financieel viel de overstap mee: de verkoop- en aankoopprijzen waren ongeveer gelijk, maar de prijs per vierkante meter in Amsterdam is volgens hen schrikbarend hoger. Toch wogen voor hen de culturele en sociale baten zwaarder dan de ruimte. Leven in de stad betekent voor hen meer naar buiten gaan en meer culturele activiteiten ondernemen, terwijl het leven in Nederhorst meer binnenshuis en dorpser was.

De kinderen reageerden aanvankelijk verbouwereerd — geen ouderlijk huis meer — en één dochter zoekt nog een kamer in Amsterdam. Voor Manuela en Roel is de verhuizing een bewuste keuze om terug te keren naar hun oorsprong: stadsmensen die het comfort van het dorp achterlieten voor de prikkels en mogelijkheden van Amsterdam. Hun verhaal schetst hoe verhuisdynamiek niet alleen door geld wordt bepaald, maar ook door levensfase, werk, gezinswensen en de behoefte aan culturele verbinding.