Leerlingen en docenten na de aanslag op het Cheider: 'Het zou raar zijn als je helemaal geen angst voelt'

zondag, 22 maart 2026 (20:17) - Het Parool

In dit artikel:

Een week na de explosie tegen de buitenmuur van de Cheider in de Zeelandstraat (Buitenveldert) is het leven op de orthodox-joodse school grotendeels weer op gang gekomen, maar de nasleep is zichtbaar in strakke veiligheidsmaatregelen en bijgeschaafte gevoelens van onbehagen. De aanslag vond plaats in de nacht van vrijdag op zaterdag; sindsdien zijn de ingang en het terrein zwaar afgeschermd: een meer dan twee meter hoog stalen hek, een stalen sluis, bewakers bij de toegang, politietoezicht en meerdere camera’s vormen nu een permanente barrière rond de school. Bestuurder Herman Loonstein vergelijkt het hek met dat van een gevangenis.

Binnen de hekken overheerst een gewone schoolsfeer: kleuters spelen, leerlingen volgen lessen en docenten doen hun werk. Directeur Jael de Jong Weissman zegt dat de school zoveel mogelijk rust heeft bewaard en de routine heeft voortgezet om kinderen veiligheid te bieden. Ouders konden op een bijeenkomst met Joods Maatschappelijk Werk en de wijkagent terecht voor advies over hoe ze het incident met hun kinderen kunnen bespreken; sommige ouders vroegen of ze het onderwerp zelf moeten aansnijden wanneer kinderen erover zwijgen.

Reacties van leerlingen lopen uiteen. Velen hoorden pas na sjabbat wat er precies was gebeurd; 15‑jarige Ahuva zegt geschrokken te zijn van de berichten, maar voelt zich in de leeromgeving veilig en vertrouwt op God. De 13‑jarige Rivka ervaart de explosie vooral als een bedreiging bedoeld om angst te zaaien, en haar broer Mendel erkent dat er onder jongens flauwe grappen worden gemaakt om spanning te maskeren, maar dat ze vertrouwen hebben in de maatregelen van de school in samenspraak met autoriteiten. Een enkele leerling was zo bang dat hij de maandag na de explosie niet naar school durfde.

Veel medewerkers hebben jarenlange ervaring met intimidatie en vijandige incidenten. Docent Shimon Koppenhol (73) werkt al veertig jaar op de Cheider; zijn familie is sterk verbonden met de school. Hij ziet de huidige aanval in een reeks van voorvallen die teruggaan tot de jaren tachtig en merkt op dat de beveiliging sinds de verhuizing in 1993 en vooral de laatste tien jaar sterk is toegenomen. Niet-Joodse docent Dirk Wolff, die zeventien jaar lesgeeft, kwam op de maandag na de aanslag naar school om te laten zien dat hij zich niet door intimidatie laat leiden. Beiden zeggen dat de strikte bewaking enerzijds bescherming biedt, maar anderzijds iets doet met kinderen die opgroeien binnen hekwerk en controle: het voelt onnatuurlijk en beklemmend.

De Cheider is de enige orthodox-joodse school in Nederland en huisvest dit schooljaar ongeveer 150 leerlingen (110 in het basisonderwijs en 40 in mavo/havo/vwo). De school combineert reguliere vakken met Joodse vorming; in de vroege groepen leren kinderen ook Ivriet en gebed. Klassen zijn relatief klein en leerlingen hebben vaak vaste, eigen lokaaljes; docenten rouleren. De leerlingenpopulatie is internationaaler geworden, onder andere door Joodse kinderen uit Oekraïne die na februari 2022 zijn gekomen.

De aanslag wordt door velen gezien als een antisemitische daad met als doel angst te verspreiden, niet alleen tegen de school maar tegen de bredere Joodse gemeenschap. Terwijl de acute schrik is afgenomen en de dagelijkse gang van zaken grotendeels is hersteld, blijft de extra beveiliging deel van het schoolbeeld en het veiligheidsgevoel van ouders, leerlingen en leraren. Er is bij medewerkers en enkele ouders bezorgdheid over de noodzaak van zulke maatregelen en over de vraag of zij zich nog volledig thuis voelen in Nederland, maar ook een duidelijke wil om zich niet te laten intimideren en het onderwijs zoveel mogelijk ongestoord te laten doorgaan.