Kunstraad wil verhoging cultuurbudget met zo'n 47 miljoen euro per jaar
In dit artikel:
De Amsterdamse Kunstraad waarschuwt dat de stad te weinig structureel investeert in kunst en cultuur en doet het gemeentebestuur een dringend voorstel: verhoog het jaarlijkse cultuurbudget van circa €160 miljoen met gemiddeld €47 miljoen per jaar. In de Culturele Investeringsrekening 2026, die woensdag is gepubliceerd, rekent de raad voor dat zonder extra middelen voorzieningen, makers en gebouwen te kwetsbaar worden en dat daarmee dreigende achteruitgang van wat “Amsterdam Amsterdam maakt” onvermijdelijk is.
De raad noemt drie urgente investeringslijnen: voorzieningen (bibliotheken, ateliers, broedplaatsen, nachtcultuur), het kunstenplan (structurele subsidies) en vastgoed (huur, beheer, onderhoud en toegankelijkheid, vooral van monumentale panden). Stijgende kosten door inflatie en stadsuitbreiding liggen ten grondslag aan de berekening van het extra benodigde bedrag, en ook de huidige indexering van subsidies blijkt volgens de raad onvoldoende om waardeverlies te compenseren.
De Kunstraad signaleert daarnaast een ongelijke spreiding van culturele infrastructuur over de stad, met tekorten in met name Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Voorzitter Jörgen Tjon A Fong benadrukt dat cultuur bijdraagt aan toerisme en werkgelegenheid en roept politiek en bestuur op hun woorden tijdens de verkiezingen nu met geld te onderbouwen: “Put your money where your mouth is.”
Praktische aanbevelingen omvatten onder meer het instellen van een gemeentelijk team voor cultureel vastgoed en een speciaal vastgoedfonds om huisvestingskosten beter te beheersen. De raad waarschuwt dat het handhaven van hetzelfde nominale budget in feite neerkomt op een forse bezuiniging door inflatie en afnemende reële subsidies.
Wethouder Touria Meliani reageert positief op de oproep en erkent de achterstanden, wijst op reeds genomen of geplande maatregelen (zoals vierjarige subsidies in Zuidoost voor 2025–2028 via het AFK) en stelt dat structurele middelen op de lange termijn nodig zijn. De Kunstraad benadrukt tot slot dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de wethouder ligt, maar een bredere bestuurlijke keuze vergt van het volgende college.