In het voormalige Slotervaartziekenhuis huist nu een verzameling medische bedrijven
In dit artikel:
Het voormalige Slotervaartziekenhuis is na vijf jaar ingrijpende renovatie heropend — niet als volwaardig ziekenhuis maar als een multifunctioneel medisch verzamelgebouw waar zorgverlening, onderwijs, laboratoria en medtech samenkomen. De eigenaar, vastgoedpartij Zadelhoff, heeft het gebouw (sinds 2020 in bezit) omgevormd tot een knooppunt in het medisch kwartier De Plantijn, pal naast het Antoni van Leeuwenhoek, Sanquin en verpleeghuis Hof van Sloten.
Opvallende gebruikers zijn ROC Amsterdam (sinds de coronaperiode de grootste huurder met 1.300 studenten en 80 docenten), diagnostisch lab Unilabs, hartkliniek CCN, poliklinieken van OLVG en diverse specialistische klinieken, plus healthtech-startups zoals AI-bedrijf Kaiko. In het gebouw lopen onderwijs en praktijk dicht in elkaar: zorgstudenten trainen met geavanceerde robotpatiënten (Annie/Bob), huisartsen en specialisten zitten op korte loopafstand en er ontstaan samenwerkingen en zelfs fusies tussen praktijken. In april leidt die nabijheid tot de fusie van twee huisartsenposten in het gezondheidscentrum, waardoor die weer patiënten kunnen aannemen.
De renovatie liet veel oorspronkelijke ziekenhuiskenmerken intact — lange gangen, betonnen cassetteplafonds — maar voegde ook twee nieuwe verdiepingen toe voor commerciële medische bedrijven. Kaiko groeide er in enkele jaren van een tiental medewerkers naar ruim honderd; het ontwikkelt AI-tools die oncologen helpen relevante data en scans sneller te vinden en beoordelen. CCN werkt aan de Hartwacht: thuismonitoring van hartritme die met AI afwijkingen signaleert zodat alleen bij problemen zorgverleners ingrijpen. Unilabs verwerkt wekelijks ongeveer 80.000 bloedmonsters en wil dat volume verder opschalen.
De transformatie is deels ingegeven door les uit het verleden: MC Slotervaart ging failliet na jaren van bestuurlijke problemen en fraude, waarna de verkoop en herontwikkeling gevoelige juridische en politieke stappen vereisten. Zadelhoff wil aantonen dat zorgvastgoed rendabel en maatschappelijk waardevol kan zijn zonder excessieve huren, maar erkent dat een zorgwaardige mix van commerciële en maatschappelijke huurders cruciaal is. Tegelijkertijd is er een bredere vastgoedcontext: investeringen in zorgvastgoed zijn sinds corona flink gedaald en richten zich vooral op ouderenhuisvesting, waardoor klinieken en huisartsen vaak in verouderde panden blijven zitten.
Voor de toekomst staan nog grotere veranderingen gepland: Het Slotervaart maakt deel uit van een ontwikkelingsplan met ambitie voor honderden nieuwe woningen (inclusief een “zusterflat” en 84 geplande zorgwoningen bovenop het Kruisgebouw) en gefaseerde sloop van laagbouw om ruimte te maken. Dat roept onzekerheid op voor actuele bewoners en buurtvoorzieningen zoals Casa Sofia, al wordt geprobeerd die in nieuwe plannen te betrekken. Veel huidige huurders verwachten of hopen te kunnen blijven: de concentratie van laboratoria, apotheek en specialisten maakt het complex juist aantrekkelijk voor geïntegreerde zorgverlening en opleiding.
Kortom: Het Slotervaart is geen traditioneel ziekenhuis meer maar een hybride medische campus waar onderwijs, digitale zorginnovatie, diagnostiek en buurtzorg samenkomen — een experiment in hoe zorgvastgoed herbestemd kan worden om lokale gezondheidszorg en innovatie te combineren.