In het grootste grachtenpand van Amsterdam woonden de 'wapenhandelaren voor de vrede'
In dit artikel:
Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal 29 in Amsterdam werd in 1662 gebouwd door de broers Louis en Hendrick Trip, die tot de rijkste Amsterdammers van de zeventiende eeuw behoorden. Met hun wapenhandel verdienden zij fortuinen: ze leverden onder meer kogels, harnassen, geweren en oorlogsschepen aan zowel Nederlanders als Spanjaarden. Hun 22 meter brede stadspaleis moest het stadhuis op de Dam in pracht en omvang overtreffen en is nog altijd het grootste grachtenpand van Amsterdam.
De gevel van Bentheimer zandsteen is versierd met kanonslopen en op het dak staan schoorstenen in de vorm van kleine kanonnen. Het beeldhouwwerk verwijst naar hun motto ‘Uit oorlog komt vrede voort’. Zo presenteerden de Trips zich als wapenhandelaren die vrede mogelijk maakten. Hun familie had al nauwe handelscontacten met Zweden; Louis Trip klom op tot een van de vier burgemeesters van Amsterdam.
Tegenover het Trippenhuis staat het veel smallere Kleine Trippenhuis, slechts 2,37 meter breed. Volgens een onzekere legende liet een nazaat van de familie het bouwen voor een minnares. Tegenwoordig is er een lingeriewinkel gevestigd.
Vanaf 1808 kreeg het grote pand een publieke functie en werd het eigendom van de staat. In 1809 vergaderde er tijdelijk het Nederlandse wetgevende lichaam. Sinds 1812 is de voorloper van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen er gevestigd. Ook het Rijksmuseum gebruikte het gebouw vanaf 1817, totdat het huidige museum in 1885 opende. De Akademie is nog steeds gebruiker van het Trippenhuis.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij afscheid Arno Vermeulen bij NOS: ‘Ga hem niet missen’