In 1994 wilde het stadsbestuur Amsterdam opheffen

maandag, 9 maart 2026 (14:07) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

Op 13 juli 1994 nam het Amsterdamse stadsbestuur een ingrijpend plan aan: de gemeente Amsterdam zou worden opgeheven en samen met twaalf omliggende gemeenten een zogenaamde stadsprovincie vormen. De bedoeling was een bestuurlijke laag tussen Rijk en provincie te creëren, passend bij de economische schaal van het Amsterdamse metropoolgebied (inclusief Schiphol, Amstelveen en Waterland). De bestaande 13 Amsterdamse stadsdelen zouden veel meer bevoegdheden krijgen en functioneren als min of meer zelfstandige gemeenten.

De maatregel stuitte op breed verzet onder Amsterdammers die hun stadsidentiteit en overzichtelijke bestuur wilden bewaren. Tegenstanders verzamelden handtekeningen voor een correctief referendum; op 17 mei 1995 gingen 39,8% van de kiesgerechtigden naar de stembus en ruim 92% stemde tegen het opheffen van de gemeente. Het stadsbestuur, dat de organisatie voor de stadsprovincie al grotendeels had voorbereid, bleek de publieke stemming verkeerd ingeschat te hebben. Eberhard van der Laan (toen PvdA-fractievoorzitter) feliciteerde de referendumorganisatoren met wat hij noemde een "klaterende overwinning" en erkende dat het voorstel een forse tik had gekregen.

Na het referendum werd het plan ingetrokken en sindsdien werkt Amsterdam op normale basis samen met omliggende gemeenten. De zaak illustreert hoe snel een kloof tussen bestuur en inwoners kan ontstaan en dat democratisch protest zulke ingrepen kan stoppen. Op woensdag 18 maart vinden verkiezingen plaats voor de gemeenteraad, stadsdeelcommissies en de bestuurscommissie Weesp; kiezers beslissen dan over thema’s als wonen, zorg en klimaat.