Hoe een stiekeme aanval op Amsterdam gigantisch mislukte
In dit artikel:
In de vroege ochtend van 30 juli 1650 probeerde stadhouder Willem II van Oranje met een groot leger Amsterdam te overrompelen, omdat hij de macht van de rijke Hollandse regenten wilde inperken. De stad speelde een sleutelrol in de Republiek en verzette zich juist tegen verdere uitbreiding van de stadhouderlijke invloed, onder meer omdat Amsterdam na de Vrede van Münster liever op defensie en bezuinigingen wilde inzetten.
De aanval was zorgvuldig voorbereid en stond onder leiding van Willem Frederik van Nassau-Dietz, een neef van Willem II. Maar het plan mislukte volledig: door regen, duisternis en slechte oriëntatie raakten de troepen verdwaald op de hei bij Hilversum. Boeren sloegen alarm en via een snelle waarschuwing vanuit Muiden was Amsterdam op tijd geïnformeerd. De stad sloot direct de poorten, haalde de bruggen omhoog, mobiliseerde de schutterij en zette kanonnen op de wallen, waardoor een bestorming te riskant werd.
De mislukte actie had grote gevolgen. Enkele maanden later stierf Willem II onverwacht aan de pokken. Omdat zijn zoon Willem III net was geboren, bleef het stadhouderschap vacant en begon het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Daarmee betekende deze mislukte staatsgreep niet alleen een militaire blunder, maar ook een belangrijk keerpunt in de machtsstrijd tussen de stadhouder en de steden in de Republiek.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'