Hoe 25 miljoen euro Joods leven in Amsterdam de komende decennia moet versterken
In dit artikel:
Amsterdam stelt 25 miljoen euro beschikbaar na excuses van burgemeester Femke Halsema voor het laten vallen van Joodse Amsterdammers; de commissie-Bussemaker adviseert dat geld onder te brengen in een onafhankelijk fonds en gespreid uit te keren over twintig tot vijfentwintig jaar (ongeveer 1 miljoen per jaar). Het rapport Nesjomme in Mokum — gepresenteerd dinsdag in de Koningszaal van Artis onder voorzitterschap van Jet Bussemaker — wil zo een langdurige, politiek onafhankelijke investering in Joods leven in de stad verzekeren, voortkomend uit wat de gemeente als morele verantwoordelijkheid ziet.
De commissie pleit ervoor dat het fonds aanvullende projecten financiert, niet bestaande gemeentelijke of rijkstaak vervangt. Middelen mogen dus niet worden aangewend voor structurele taken zoals beveiliging, onderwijshuisvesting of de bestrijding van antisemitisme, om te voorkomen dat de gemeente haar eigen verplichtingen afschuift. Tegelijk adviseert de commissie het fonds te ondersteunen bij de ‘basisinfrastructuur’ van Joods leven — een grensgebied dat in de praktijk discussie zal oproepen over wat aanvullend is en wat reguliere overheidstaak blijft.
Prioriteit ligt bij jongeren en bij Amsterdammers die niet zijn aangesloten bij traditionele synagogen of organisaties. Commissielid Boaz Cahn vatte dit samen: “Het kan in Amsterdam eenzaam zijn om Joods en jong te zijn.” De commissie wil initiatieven die aansluiten op de belevingswereld van jongeren, meer zichtbaarheid van Joods leven in cultuur en openbare ruimte, onderwijs en overdracht van geschiedenis, plus laagdrempelige ontmoetingsplekken en festivals waar religieuze of politieke drempels geen barrière vormen.
Het rapport erkent ook de veiligheidsrisico’s: zichtbaarheid kan leiden tot grotere kwetsbaarheid nu antisemitische incidenten en aanslagen recent scherp in het nieuws staan (zoals een explosie bij het Cheider en brandstichting in Rotterdam). Halsema benadrukte dat Joods leven niet alleen “bij de gratie van bescherming” mag bestaan, maar ruimte nodig heeft voor kennis, cultuur en ontmoeting.
Wie het fonds precies beheert en welke projecten geld krijgen, bepaalt een onafhankelijke stichting; het college reageert later en de gemeenteraad beslist over inrichting en beheer. Daardoor zal het voorstel de komende tijd politiek bediscussieerd worden, vooral rond de afbakening tussen aanvullende investeringen en reguliere overheidstaken.