Het was in 1767 zó koud in Amsterdam dat zelfs de schrijfinkt bevroor
In dit artikel:
In zijn dagboek noteerde de Amsterdamse ambtenaar Jacob Bicker Raye in januari 1767 dat “de kou zeer bitter” was — zelfs bij een groot vuur vroren zijn inkt en moesten Amsterdammers zich behelpen met ingrijpende maatregelen. Bicker Raye (1703–1773), afkomstig uit een welgestelde familie en levenslang stadsambtenaar, hield veertig jaar lang een kroniek bij van het stadsleven (1732–1772). Zijn notities geven een indringend beeld van de Kleine IJstijd, een koele periode van grofweg de 15e tot de 19e eeuw waarin West-Europa circa twee graden kouder was dan na de 20e-eeuwse opwarming.
Wetenschappers leggen het begin van die koude fase op verschillende momenten: sommige wijzen naar de vulkaanuitbarsting van Samalas en de daaropvolgende vulkanische winter, anderen naar de aanhoudende regen en hongersnood van 1315–1317 of naar gletsjeruitbreiding in de 16e–17e eeuw. Het KNMI rekent de 16e eeuw tot een van de koudste periodes van het afgelopen millennium.
In Amsterdam had de aanhoudende vorst concrete gevolgen. Drinkwater kwam doorgaans per schip uit rivier de Vecht, maar zodra de toegangswateren dichtvroren, stokte die toevoer. Men nam ijsbrekers in gebruik: enorme ramschuiten met ijzeren punt, getrokken door tientallen paarden om het pakijs te breken bij de Amstel. Toch stegen de prijzen dramatisch; Bicker Raye noteerde in 1750 dat mensen voor enkele emmers water hoge bedragen betaalden, en in 1763 dat transportkosten zo waren opgelopen dat water voor velen onbereikbaar werd. Het gebruik van gesmolten grachtwater veroorzaakte bovendien ziektes.
Tegelijk leidde het ijs tot stedelijke vermaak en mobiliteit: grachten werden tot schaatsbanen en zelfs wagens en paarden reden op bevroren vaarten. Schaatsenmakers hadden in Amsterdam een beschermde status en er werden zelfs lange-tochten over bevroren waterwegen gehouden. De rijken lieten zich in arrensleden vervoeren, terwijl de armen op de grachten speelden. De koude kant van dat tafereel was hard: Bicker Raye meldt schrijnende sterfgevallen door onderkoeling, zoals een vrouw met drie kinderen die in hun kamer waren doodgevroren.
De Kleine IJstijd bepaalde het sociale en economische ritme van de stad: van handel en logistiek tot vrijetijdsbesteding en volksgezondheid. Hedendaagse Nederlanders lopen dat extreme risico nauwelijks meer; door klimaatopwarming en betere woningisolatie zijn zulke winters zeldzaam. Tegelijk roept de periode nostalgische beelden op — arrensleeën en drukke schaatspleinen — maar ook herinneringen aan het leed dat diepe vorst kon veroorzaken.