Het Amsterdam van Jeanne Rouwendaal: 'Als ik hardloop probeer ik zo veel mogelijk parken aan elkaar te rijgen'
In dit artikel:
Zangeres Jeanne Rouwendaal (30) treedt op donderdag 23 april met haar band Wies op in Paradiso. Ze vertelt over haar persoonlijke Amsterdamfavorieten, herinneringen en plekken die haar artistiek en privé beïnvloeden.
Rouwendaal groeide op in de Baarsjes en beschrijft haar 88‑jarige buurman Cor als een soort gekozen opa: iemand bij wie je altijd binnen kunt lopen voor een kop koffie. Muzikaal begon ze solo in het Engels, maar tijdens haar tweede jaar aan het conservatorium ontdekte ze dat zingen in het Nederlands haar veel meer creatieve vrijheid gaf. Een jaar later ontstond Wies als schoolproject; de band gaf in 2021 de releaseshow van hun debuutalbum in Noorderlicht.
Noorderlicht op de NDSM‑werf noemt ze haar “niet‑zo geheime” favoriete plek: een ontspannen, alternatieve locatie met aandacht voor cultuur en duurzaamheid, waar ze al als tiener kwam vanwege het skatepark en de IJhallen. Paradiso noemt ze ook als haar eerste en mooiste stadservaring; als meisje van negen ging ze daar met haar ouders naar Patti Smith, een concert dat haar inspireerde en waarvan ze hoopt dat mooie optredens hetzelfde gevoel bij jonge bezoekers oproepen.
Andere intieme podia die ze waardeert zijn De Nieuwe Anita (waar ze vroeger solo speelde) en het Torpedo Theater naast de Nes, een piepklein zaaltje van zo’n dertig stoelen met gevarieerde programmering. Voor boeken gaat ze altijd naar De Dolfijn op de Haarlemmerdijk, waar medewerkers vaak persoonlijke aanbevelingen bij titels leggen; Patti Smiths Just Kids noemt ze een van de mooiste boeken die ze bezit.
Rouwendaal is fan van bruine cafés — ze somt er tientallen op, met namen als Ruk, Pluk en Café van Wou — en waardeert de laagdrempeligheid en betaalbaarheid ervan. Voor hardlopen is Amsterdam lastig vanwege verkeer en stoplichten; ze bindt parken aaneen (Sloterpark, Rembrandtpark, Vondelpark) om langere, rustige routes te maken. Hardlopen hielp haar zowel mentaal als bij haar zangconditie.
Op cultureel vlak bewondert ze Het Schip als voorbeeld van de Amsterdamse School en de sociale ambitie uit die periode: een architectuurverhaal dat volgens haar hoop en collectief initiatief laat zien. Films kijkt ze graag bij Lab111, waar vaak thematische menu’s en cocktails aansluiten op de films. Voor plantaardige diners noemt ze De Waaghals in de Frans Halsstraat een aanrader, maar geeft ook toe dat ze soms toegeeft aan een kaassoufflé op het Leidseplein.
Kortom: Rouwendaal combineert een actieve muziekleven met een sterke verbondenheid met kleinschalige, alternatieve en buurtgebonden plekken in Amsterdam die zowel haar identiteit als haar creativiteit voeden.