Heftig onweer? Wees maar blij dat u de zomerstorm van 1674 niet heeft meegemaakt
In dit artikel:
In de zomer van 1674 werd Nederland getroffen door een uitzonderlijk zware storm, die na een hete dag vanuit Frankrijk over Noordwest-Europa trok en rond 1 augustus ook Amsterdam bereikte. Door de combinatie van hitte, vocht en instabiele lucht ontstond een onweerscomplex dat in kracht meer weg had van een orkaan dan van een gewone zomerbui — een extreem zeldzaam verschijnsel dat volgens de tekst maar eens in de duizenden jaren voorkomt.
Vooral Amsterdam kreeg het hard te verduren. Binnen een half uur werden ongeveer 28 molens verwoest, schepen losgerukt van de kade en huizen ontmanteld door windstoten, hagel en bliksem. De historische krant Hollantsche Mercurius beschreef hoe bomen omvielen, daken beschadigd raakten en meerdere schepen zonken. Ook elders in de regio was de schade enorm: in Brussel, Antwerpen, Straatsburg en Utrecht werden gebouwen vernield en vielen hagelstenen zo groot als knikkers of zelfs kinderhoofden.
Tijdgenoten zagen de storm als een goddelijke straf en noemden het een verschrikkelijk onweer. De ingestorte delen van de Domkerk in Utrecht bleven lang als ruïne staan. In Amsterdam probeerden inwoners daarna juist weer op te bouwen en zelfs omgewaaide bomen te ondersteunen, in de hoop dat die verder zouden groeien.
De Oranjezomer: Sani van Mullem opent De Oranjezomer met een prachtige eigen versie van 'Laat me'