Geen aansluitstop zoals in Utrecht, maar ook hier wachtlijst voor zwaardere stroomaansluiting
In dit artikel:
In Amsterdam is het elektriciteitsnet nog niet volledig op slot zoals recent in Utrecht, maar de stadsvoorziening nadert wel zijn grenzen. Liander en de gemeente monitoren de situatie nauwkeurig met een uniek gezamenlijk stroomverkenningsonderzoek dat elke twee jaar plaatsvindt. Die kennispositie voorkomt voorlopig een directe aansluitingsstop, maar de netcapaciteit vormt al nu een belemmering voor de ontwikkeling van de stad.
Uit gemeentelijk onderzoek blijkt dat ongeveer 1.600 projecten risico lopen door de krapte; voor circa 200 daarvan is de situatie kritiek. Het gaat om vluchtelingenopvang, zo’n vijftig scholen, sportlocaties, de nieuwe OBA Next en tal van andere bouw- en infrastructuurprojecten. Zonder extra netcapaciteit kunnen sommige locaties bij oplevering mogelijk geen stroom krijgen, en de bouw van naar schatting 30.000 woningen kan vertraging oplopen.
Om aan de stijgende vraag te voldoen is grootschalig werk nodig: de plannen omvatten onder meer twintig nieuwe hoogspanningsstations rond de stad, vernieuwing of uitbreiding van negentien bestaande stations, ongeveer 2.600 extra elektriciteitshuisjes en circa 1.600 kilometer nieuwe kabels. Dat is de grootste bewerking van het Amsterdamse net in ongeveer twee eeuwen en vraagt veel tijd en investeringen.
Belangrijke wijziging per 1 juli
Per 1 juli verandert de toewijzing van beschikbare netruimte. Tot nu toe kregen kleinverbruikersaansluitingen (bijvoorbeeld een 3-fasen aansluiting voor woningen) automatisch voorrang. Door rechtszaken van bedrijven (ov, telecom, datacenters, afvalverwerkers) oordeelde een rechter dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) eerlijker moest prioriteren. De ACM introduceerde daarna een nieuw prioriteringskader waarin aanvragen niet meer op basis van aansluitingsgrootte maar op doel worden gerangschikt.
Het systeem kent vier prioriteitscategorieën:
- Categorie 1: ‘congestieverzachters’ — projecten die zelf ruimte op het net vrijmaken;
- Categorie 2: diensten van nationale veiligheid (inclusief zorg, drinkwater, telecommunicatie, hulpdiensten);
- Categorie 3: basisvoorzieningen zoals afvalverwerking, scholen, openbaar vervoer en woningen (gemeenten mogen aansluitingen voor woningbouw tot 10 jaar vooruit aanvragen);
- Categorie 4: overige aanvragen zonder prioriteit, waaronder veel commerciële initiatieven en publieke laadpalen.
Gevolgen voor bewoners en bouwers
Huishoudens die een verzwaring nodig hebben (bijvoorbeeld voor warmtepompen) vallen vanaf 1 juli doorgaans in categorie 3 en kunnen op een wachtlijst terechtkomen. Liander spreekt van mogelijke wachttijden van één tot drie jaar, afhankelijk van regio en beschikbaarheid. Zelfs wanneer je bovenaan de lijst komt te staan, kan een hogere-prioriteitsaanvraag voorrang krijgen. De gemeente raadt Amsterdammers die nu al een zwaardere aansluiting nodig hebben aan de aanvraag vóór 1 juli in te dienen om de kans op lange wachttijden te verkleinen. Wel is een aanvraag geen garantie voor directe uitvoering: soms zijn extra huisjes of bekabeling in een wijk nodig.
Praktische alternatieven en bredere problemen
Liander adviseert mensen eerst te controleren of een verzwaring echt nodig is; hybride warmtepompen, laadpalen en inductiekookplaten kunnen vaak op een lichtere aansluiting. Woningen die op het warmtenet worden aangesloten hoeven hun elektriciteitsaansluiting niet te verzwaren.
De situatie rond warmtenetten vergroot het dilemma: Vattenfall heeft het aanleggen van warmtenetten in bestaande wijken vrijwel stilgelegd wegens ongunstige marktomstandigheden, terwijl die netten cruciaal zijn voor het gasvrij maken van de stad. Zonder warmtenetten zouden meer elektrische warmtepompen nodig zijn, wat de druk op het elektriciteitsnet nog verder opvoert.
Kleine stap vooruit is er wel: Amsterdam, Alliander en EBN hebben nieuwe afspraken gemaakt en de gemeente Diemen sluit zich aan bij plannen voor een publiek warmtebedrijf. Wethouder Zita Pels verwacht mogelijk eind dit jaar een besluit over oprichting, maar de financiering is omvangrijk en landelijke steun blijft noodzakelijk.