Erfgoed van de Week | Margaret Kropholler: tussen schoonheid en bruikbaarheid
In dit artikel:
Margaret Kropholler (27 juni 1891–1966) wordt steeds meer erkend als de eerste vrouwelijke architect van Nederland. Op dit moment staat haar werk centraal in een tentoonstelling in Museum De Dageraad in Amsterdam, waarin haar loopbaan, projecten en ontwerpopvattingen worden belicht.
Opleiding en vroege opdrachten
Opgegroeid in Haarlem, volgde Kropholler vanaf 1904 de Dagteeken- en Ambachtsschool voor Meisjes, waar ze tekentechnieken en ornamentleer leerde; ze behaalde haar diploma in 1907 en vervaardigde later lampontwerpen voor het nieuw gebouwde schoolpand van Berlage. Haar architectonische praktijk begon in het atelier van haar broer Jacobus Kropholler en diens compagnon Jan Frederik Staal, die later ook haar partner zou worden. Haar eerste belangrijke opdracht dateert uit 1913: voor de grote expositie De Vrouw 1813–1913 ontwierp zij onder het pseudoniem Greta Derlinge de plattegrond van Het Huis 1913, een modelwoning die huishoudelijk werk wilde vereenvoudigen met slimme looplijnen en moderne technieken zoals elektrisch licht en gaskachels.
Belangrijke projecten en stijl
Krophollers werk toont een mix van Amsterdamse School-expressie en later functionalisme. In 1919 ontwierp ze het atelier voor de kunstenaar Richard Roland Holst op de Buissche Heide bij Zundert: een organisch, landschappelijk gebouw met een rieten kap, gebogen muurtjes en een groot trapeziumraam, een treffend voorbeeld van haar Amsterdamse School‑aanpak. De tentoonstelling in De Dageraad toont onder meer een 1:25‑maquette van dit atelier en een filmfragment van de renovatie na een verwoestende brand in 2015.
In Amsterdam ontwierp Kropholler woonblokken aan de Holendrechtstraat (1921) en de Orteliusstraat (1925). Voor de Holendrechtstraat maakte zij een opvallende gevelwand voor 85 woningen met golvende balkons en benadrukte entrees; hoewel zij formeel alleen de gevels hoefde te doen, probeerde ze ook indelingen te verbeteren om het dagelijks leven te vergemakkelijken. De Orteliusstraat is soberder van toon — het hoogtepunt van de Amsterdamse School was voorbij — maar haar creatieve ingrepen in erkers, roedeverdeling en metselwerk tonen nog steeds ontwerptalent en oog voor samenhang met buren.
Pragmatische vernieuwingen en emancipatiegedachte
Een terugkerend thema in Krophollers oeuvre is het verbeteren van woonfunctie en arbeidsbesparing in huiswerk, als bijdrage aan de emancipatie van vrouwen. Ze promootte elektrische huishoudapparaten en ontwierp compacte plattegronden met korte looproutes, doorgeefluiken, vuilstortkokers en gemakkelijk te reinigen ramen. Veel van deze ideeën zijn geïntegreerd in De Wolkenkrabber (1929) aan het Victorieplein, een project van haar partner Jan Frederik Staal waarin Krophollers praktische oplossingen duidelijk terug te vinden zijn.
Van Amsterdamse School naar Nieuwe Zakelijkheid
Vanaf de jaren dertig schakelde Kropholler deels over op de soberder, functionele stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. Een markant voorbeeld is het Louise Wenthuis, een woongebouw voor alleenstaande werkende vrouwen bij het Amstelstation, waarop zij al in 1937 werd aangesteld. Door financiële problemen en de Tweede Wereldoorlog werd de bouw vertraagd; het complex werd pas in 1963-64 voltooid en opende als haar laatste grote werk. Kropholler loste technische uitdagingen op — zoals het hoogteverschil tussen voor- en achterzijde — door garages en utiliteitsruimten slim te positioneren. Zij stierf in 1966.
Tentoonstelling en aanvullende informatie
De tentoonstelling Margaret Kropholler — pionier, vakvrouw en inspiratiebron is te zien in Museum De Dageraad, Burgemeester Tellegenstraat 128 (donderdag–zondag 13.00–17.00). De expositie sluit aan op de grotere tentoonstelling over vrouwen van de Amsterdamse School in Museum Het Schip (tot 28 juni 2026). Voor wie meer wil: er bestaat een documentaire (2013) over Kropholler en er zijn publicaties die haar werk en betekenis verder uitdiepen.