Erfgoed van de Week | Amsterdam Autostad
In dit artikel:
In Amsterdam begon de automobiel aan het eind van de 19e eeuw voorzichtig voet aan de grond: notaris Johan Backx reed in oktober 1896 als eerste met een Daimler Victoria door de stad. In de decennia daarna kreeg de auto grote invloed op stadsontwikkeling: nieuwbouwwijken zoals Plan Zuid kregen bredere straten, naoorlogse uitbreidingen in Nieuw-West en Zuidoost bevatten aparte autostraten en veel parkeerruimte, en in de Bijlmer werden parkeergarages bij woonblokken gepland. Tegelijkertijd ontstond in de stad specifieke architectuur voor automobiliteit: kleine binnenstadsgarages, grote gespecialiseerde hallen aan de stadsranden (Citroën- en Renaultgarages) en het RAI-complex, dat vanaf 1961 als tentoonstellingsruimte voor de Rijwiel en Automobiel Industrie diende.
Architecten als Jan Wils en Alexander Bodon leverden kenmerkende autogerelateerde gebouwen: Wils ontwierp onder meer een zuidelijke Citroëngarage (1932) en een later, meer functionele noordelijke garage (1960); Bodon tekende de RAI, waar lange tijd de AutoRAI werd gehouden. In de jaren 60 en 70 verrezen opvallende autoblokken zoals Autopon op de Overtoom (1961) en de grote parkeergarage Europarking in de Marnixstraat (1972), ontworpen door Piet Zanstra en bekend geworden als de “billen van Zanstra”. Recente parkeervoorzieningen liggen vooral ondergronds, bijvoorbeeld de Albert Cuypgarage nabij De Pijp.
Tegelijk nam verzet tegen de dominante auto toe. Ontwerper-politicus Luud Schimmelpennink lanceerde eind jaren 60 de Witkar, een innovatief elektrisch deelautoproject (1968–1986). In 1973 richtten activisten de Stichting Pressiegroep Stop de Kindermoord op om kinderen veiliger op straat te krijgen; later heette deze beweging Kinderen Voorrang. Acties zoals de fietsblokkade op het Museumplein in 1977 illustreerden de groeiende assertiviteit van fietsers.
De laatste decennia is Amsterdam steeds vaker geprezen als fietsstad: fietsstraten, veel eenrichtingsregelingen, een stadspromovendiële maximumsnelheid van 30 km/u en meer ondergrondse parkeerruimte hebben het straatbeeld veranderd. De auto blijft echter deel van de historie en van lopende beleidsdebatten — zeker waar die raakt aan elektrische voertuigen en bereikbaarheid.
Het verhaal van die transformatie is momenteel te zien in de tentoonstelling “Amsterdam Auto Stad” in het Van Eesterenmuseum (t/m 3 mei). Het artikel, geschreven door Ellen van Kessel voor de rubriek Erfgoed van de Week, koppelt stadsplanning, architectuur en burgeracties aan deze veranderende verhouding tussen stad en auto.