Deze Amsterdammer blies zichzelf en zijn schip op om uit handen van de Belgen te blijven
In dit artikel:
Op 5 februari 1831 voer luitenant Jan van Speijk met zijn gaffelkanonneerboot op de Schelde bij Antwerpen, toen zijn schip door harde wind tegen de oever dreef en door woedende Antwerpse arbeiders en leden van het vrijkorps De Gorter werd bestormd. In plaats van zijn schip en vlag te laten grijpen, stak Van Speijk een vat buskruit aan en blies het schip op. De explosie kostte hemzelf en 25 andere bemanningsleden het leven; aan Belgische zijde vielen zeven doden en tientallen gewonden.
Van Speijk werd op 13 januari 1802 in Amsterdam geboren en raakte al op jonge leeftijd wees. Hij groeide op in het Burgerweeshuis, waar men hem het kleermakersambacht leerde, maar hij zette zijn eigen koers door zichzelf te scholen tot zeeman. Op 18‑jarige leeftijd trad hij toe tot de Koninklijke Marine en diende onder meer in Nederlands‑Indië tijdens acties tegen piraterij en opstanden, waar hij de bijnaam “Schrik der Roovers” verwierf. Hij groeide in rang en kreeg het bevel over een bewapend kanonneerboot; voor zijn deelname aan het bombardement op Antwerpen werd hij onderscheiden met de Militaire Willems‑Orde.
De explosie op de Schelde vond plaats in de nasleep van de Belgische Revolutie van 1830, toen het pas gevormde Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815) door opstanden in de zuidelijke provincies werd opgeschud. Tijdens controlevaarten op de Schelde probeerden Nederlandse schepen ladingen en passagiers te controleren; die confrontaties escaleerden op 5 februari door de mix van harde wind, drift en een verzamelde menigte op de oever.
De dramatische laatste daad van Van Speijk werd vastgelegd in schilderijen van Jacobus Schoemaker Doyer, die scènes tonen van de overweging en het ontsteken van de lont. Vier dagen na de explosie werd Van Speijks lichaam teruggevonden — onherkenbaar beschadigd — en geïdentificeerd aan de hand van het lint van de Militaire Willems‑Orde. Zijn stoffelijk overschot werd naar Amsterdam gebracht en bijgezet in de Nieuwe Kerk.
Na zijn dood ontpopte Van Speijk zich snel tot nationaal symbool. Er werd geld ingezameld voor een monument, koning Willem I riep nationale rouw uit en beval dat altijd een marineschip zijn naam zou dragen; vandaag vaart het zevende Zr.Ms. Van Speijk. De daad zelf bleek geen impulsieve gebeurtenis: in brieven aan familie en in gesprekken met zijn bemanning had Van Speijk al gezegd liever “boot en kruit de lucht in” te jagen dan zijn schip aan de Belgen over te geven, verwijzend naar eerdere zeeheldacties uit de Nederlandse geschiedenis. Zijn lot en de manier waarop hij koos te sterven maakten hem tot held voor velen, maar de gebeurtenis veroorzaakte ook grote menselijke verliezen aan beide zijden.