Deelbakfiets krijgt ruim baan in Amsterdam, gemeente laat beperkingen los
In dit artikel:
Verkeerswethouder Melanie van der Horst heeft de regels voor deelbakfietsen versoepeld om het vervoer weer aantrekkelijk te maken en structureel in het straatbeeld terug te laten keren. In een brief aan de gemeenteraad (maandag) kondigt het stadsbestuur een minder sturende en meer faciliterende aanpak aan: meerdere aanbieders kunnen nu onder voorwaarden vergunningen krijgen voor minimaal 50 en maximaal 100 bakfietsen, met de mogelijkheid om bij intensief gebruik extra toestellen aan te vragen.
Eerder was Amsterdam verdeeld in twee percelen, met per perceel één aanbieder en maximaal 375 deelbakfietsen; die regeling leidde echter tot weinig gebruik. In 2025 werd in perceel Oost gemiddeld 118 keer per dag een deelbakfiets gebruikt — iets meer dan een derde van de capaciteit — terwijl bijna twee op de drie fietsen ongebruikt bleven. De gemeente ziet potentie: een kwart van de deelbakfietsritten vervangt een autorit, en gebruikers die af en toe iets zwaars vervoeren hoeven dan geen eigen bakfiets aan te schaffen (“Zo hoeven zij er niet zelf een te kopen,” aldus Van der Horst).
Praktische wijzigingen: fietsen mogen voortaan binnen toegewezen zones elders worden geparkeerd in plaats van strikt op vaste plekken, en aanbieders worden geacht zelf nuttige terugplaatslocaties te markeren. Gemeenschappelijk marktonderzoek met Utrecht en Den Haag toonde dat het voor aanbieders onhaalbaar is om zonder subsidie de hele stad te bedienen; Amsterdam wil daar geen geld voor uittrekken. De stap volgt op een moeizame geschiedenis met Cargoroo en de problematische invoering door opvolger Baqme, die deels niet kon leveren en vergunningen teruggaf. Met de nieuwe regels hoopt de gemeente de sector meer ruimte te geven en het gebruik te verhogen.