De meesterschilder die de schaduw van haar man ontgroeide

woensdag, 13 mei 2026 (09:24) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

Jan Miense Molenaer schilderde De virginaalspeelster rond 1637 in Haarlem, toen hij net met Judith Leyster was getrouwd. Lang dacht men dat de vrouw achter het klavecimbel Leyster zelf was en dat zij de maker van het werk was, maar nieuw inzicht wijst erop dat dat vrijwel zeker niet klopt. Toch is de verwarring veelzeggend: Leysters levensloop en nalatenschap geven het schilderij inmiddels een andere lading.

Haarlem was in de zeventiende eeuw een bruisend schilderscentrum waar genreschilders als Molenaer scènes uit het dagelijks leven vastlegden; zijn werk is beeldend, soms speels en vol symboliek. De virginaalspeelster bevat typische betekenislagen voor een tijdgenoot: muziek als metafoor voor liefde en verleiding, het virginaal als statussymbool van keurige huishoudens, en een geketend aapje op het instrument dat verwijst naar losbandigheid. Een man in de deuropening voegt bovendien een ambigue, suggestieve toon toe, zodat het tafereel niet louter huiselijk oogt maar ook relatiecodes uitbeeldt.

Judith Leyster (geboren 1609 in Haarlem) staat tegenwoordig echter centraal in het verhaal rond het werk. In een tijd waarin vrouwen zelden een zelfstandig schildersatelier runden of toegang hadden tot gildes, wist zij in 1633 lid te worden van het Haarlemse Sint-Lucasgilde — een zeldzaam statuut dat haar het recht gaf leerlingen te nemen en zelfstandig te verkopen. Haar werk werd geroemd om losse penseelvoering, levendige mimiek en directheid; ze schilderde moderne, figuurrijke genrescènes waarin menselijke emotie altijd op de voorgrond staat.

Na haar huwelijk met Molenaer verschoof haar carrière: gezinsleven, de kunsthandel van haar man en verhuizing naar Amsterdam leidden ertoe dat haar zichtbaarheid afnam. Sommige van haar doeken raakten onder anderen bekend of werden onterecht aan Frans Hals of Molenaer toegeschreven; haar monogram (JL met een ster) werd soms overschilderd. Pas tegen het einde van de 19e eeuw begonnen kunsthistorici haar oeuvre te reconstrueren. Aan haar worden ongeveer 48 werken toegeschreven; enkele ontbreken en bij een aantal is de toeschrijving onzeker.

Dat De virginaalspeelster noch door Leyster is geschilderd, en haar vermoedelijk ook niet afbeeldt, maakt het schilderij juist interessanter: het toont hoe vrouwelijke kunstenaars eeuwenlang uit beeld konden raken, maar tegelijk hoe Leysters eigen verhaal haar uiteindelijk tot icoon van de zeventiende-eeuwse vrouwelijk meester heeft gemaakt.