De Collectie | De weesmeisjes van Van der Waay
In dit artikel:
Nicolaas van der Waay (1855–1936) bouwde een veelzijdig oeuvre op als schilder, tekenaar, aquarellist en lithograaf en was lang verbonden aan de Rijksacademie in Amsterdam, eerst als student, later als docent. Naast zijn schilderijen ontwierp hij ook toegepaste kunst: postzegels, munten en het eerste officiële tienguldenbiljet. Bekendheid verwierf hij eveneens door allegorische paneelschilderingen op de Gouden Koets — werk dat tegenwoordig bekritiseerd wordt vanwege de koloniale iconografie die overzeese gebieden neerzet als ondergeschikt.
In zijn schilderkunst ontwikkelde Van der Waay zich van een beheerst, realistisch register naar een lossere, meer impressionistische toets onder invloed van tijdgenoten als Isaac Israëls. Thema’s verschooften richting stadsleven en vooral naar vrouwenfiguren. Een obsessief terugkerend onderwerp waren de Amsterdamse burgerweesmeisjes: in talrijke schilderijen, tekeningen en etsen beeldde hij hen uit, vaak in het karakteristieke rood‑zwarte uniform van het Burgerweeshuis.
Het ritueel van de zondagse kerkgang — wanneer weeskinderen in lange rijen van het weeshuis naar de Westerkerk of Nieuwe Kerk trokken — bood hem motieven voor zorgvuldig gecomponeerde studies van houding, licht en kleding. Het uniform maakte de kinderen opvallend zichtbaar in de stad; het werd pas in 1919 afgeschaft. Het weeshuis stond niet altijd toe dat kunstenaars vrijelijk portretteerden: aanvragen zoals die van Breitner werden afgewezen en na verloop van tijd werd Van der Waay beperkt in zijn toegang. Om desondanks zijn beelden te blijven maken, liet hij zich in 1901 een ‘weezenkostuum’ toesturen en regisseerde hij modellen in zijn atelier of op straat, waardoor de grens tussen directe observatie en gecreëerde scènes vervaagde.
Een kernvoorbeeld is het kniestuk Amsterdams weesmeisje: een intiem portret van knie tot kruin, waarop een meisje bij een raam verdiept in een boek staat. Door strakke compositie, sober decor en subtiel kleurgebruik plaatst Van der Waay de blik van de toeschouwer nadrukkelijk bij houding, gelaat en kleding. De werken combineren een keurige, deugdzame uitstraling met een onderstroom van verlangen — maar het blijft onduidelijk of het afgebeelde meisje daadwerkelijk uit het weeshuis kwam of eerder een gearticuleerd product van de schilderlijke verbeelding is.
Afbeelding: Rijksmuseum.