De Collectie | De verliefdheid van Vinkeles

donderdag, 12 februari 2026 (09:07) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

Reinier Vinkeles (geboren 19 juni 1741 in de Pijlsteeg, Amsterdam) geldt als een van de grootste Nederlandse graveurs van de achttiende eeuw. Opgegroeid in een buurt waar bordelen en ‘badstoven’ deel uitmaakten van het straatbeeld, kwam hij uit een middenstandsgezin; zijn vader had een rouwwinkel. Oorspronkelijk bestemd voor een handelscarrière, bleek Vinkeles’ tekentalent op jonge leeftijd zó opvallend dat hij op elfjarige leeftijd in de leer ging bij Jan Punt, een vooraanstaand Amsterdamse schilder, acteur en graveur.

Vinkeles ontwikkelde zich snel en werd op 24-jarige leeftijd directeur van een van de Amsterdamse tekenacademies. Zijn prenten waren internationaal gewild; zelfs tsarina Catharina de Grote deed hem een aanbod om de kunstacademie van Sint-Petersburg te leiden, maar hij weigerde en bleef in Amsterdam. Techniek en perfectie maakten zijn faam: hij perfectioneerde onder meer de droge-naaldtechniek tijdens een verblijf in Parijs, waardoor zijn gravures uitzonderlijk fijn en gedetailleerd werden.

In zijn oeuvre onderscheiden auteurs drie periodes. Zijn vroege werk combineerde de klassieke regels van zijn leermeester met een losser, speelser karakter dat aan Simon Fokke deed denken. Rond 1770 stapte hij over naar een strikter classicisme, met nadruk op balans, nauwkeurigheid en heldere composities—in deze fase ontstaan veel van zijn beste prenten. In zijn latere jaren verminderde de zorgvuldigheid; zijn werk werd ruw en vluchtig, wat samenhing met persoonlijke zwaarmoedigheid en het ouder worden.

Een bekend voorbeeld uit zijn classicistische periode is de ets ‘Verliefd dansend paar’ (1788). De prent toont een koppel dat in een intieme dans verstrikt is, onbewogen door de nette entourage om hen heen. Vinkeles’ beheersing van licht en textuur valt bijzonder op: kaarslicht, gordijnen en plooien zijn minutieus uitgewerkt. Het werk ademt zowel romantiek als ambachtelijke beheersing en werd mogelijk ook gevoed door Vinkeles’ eigen huwelijksgeluk; hij trouwde met Catharina Jurgens en kreeg met haar zeven kinderen.

Persoonlijk had Vinkeles aanvankelijk een sceptische kijk op het huwelijk en beleefde hij ook losse liefdevolle betrekkingen; hij trouwde pas ruim een jaar nadat hun eerste kind gedoopt was. Na het overlijden van zijn vrouw op 21 april 1802 raakte hij diepbedroefd; hij noemde zijn huis een “spelonk der droefheid” en zijn creativiteit verloor een deel van haar vroegere vreugde. De latere gravures dienden vooral om het gezin te onderhouden.

Vinkeles overleed in 1816 na een korte ziekte en werd begraven in de Nieuwe Kerk. In de decennia na zijn dood werd zijn werk door tijdgenoten en opvolgers nauwelijks geëvenaard, zowel wat kwaliteit als omvang betreft. Zijn leven – van een jongeman uit de Pijlsteeg tot een nationaal toonaangevende graveur – toont hoe technisch vakmanschap, artistieke ambitie en persoonlijke omstandigheden samen een blijvende artistieke nalatenschap kunnen vormen.