De Collectie | De meester zonder naam
In dit artikel:
Het schilderij Het sterfbed van Maria toont een intieme, sobere scène: de maagd ligt op bed in een eenvoudig Hollands interieur, omringd door mannen die bidden en lezen. De verstilde, bijna documentaire weergave van dit moment doet denken aan een huiselijke rouw- of meditatiebijeenkomst rond 1500.
De maker is onbekend en wordt door kunsthistorici aangeduid met een noodnaam: de Meester van het Amsterdamse sterfbed van Maria. Hij werkte vermoedelijk rond 1500 in of dicht bij Amsterdam of Utrecht en kreeg door de jaren heen meerdere bijnamen (onder meer Meester van het Hofje van de Zeven Keurvorsten en Meester met de Lantaarn). Hoewel zijn identiteit onduidelijk is, valt zijn hand herkenbaar te maken aan penseelvoering, figuurritme, compositie en kleurgebruik. Andere aan hem toegeschreven werken zijn Het laatste avondmaal en De opstanding, ongeveer uit 1505 en in Amsterdam bewaard.
Stilistiek plaatst deze Meester bij de Vlaamse Primitieven: schilders die de overgang markeerden tussen middeleeuwse symboliek en een nieuw realisme. Kenmerkend zijn precies geschilderde, ingetogen gezichten, realistische interieurs met aandacht voor stoffen en materialen, en rustige, menselijke composities. In plaats van gouden achtergronden kiest het sterfbed voor diffuus licht en een houten vloer; het is bedoeld voor privédevotie en troost, niet voor een kerkelijk altaar.
Kunsthistorici zien in het werk van de Meester ook een voorloper van Jacob Cornelisz. van Oostsanen. De kracht van deze anonieme schilder ligt in het verbinden van devotie met nabijheid: geen verhevenheid, maar menselijkheid — een stem zonder naam die de overgang naar een realistischer kunstblik illustreert. (Beeld: Rijksmuseum)