De Collectie | De aanbidding van Rembrandt

woensdag, 24 december 2025 (11:53) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

Rembrandt van Rijn gebruikte het kersttafereel De aanbidding der herders als een blijvend experimenteerveld voor licht, compositie en menselijke emotie. Rond 1631 vestigde hij zich in het bruisende Amsterdam van de Gouden Eeuw, waar hij dankzij opleiding bij Jacob van Swanenburgh en Pieter Lastman en opdrachten van welgestelde burgers en regenten snel naam maakte. Zijn prenten verspreidden zich internationaal en maakten hem misschien zelfs eerder beroemd als graveur dan als schilder.

Persoonlijke tegenslagen — het vroegtijdige overlijden van zijn vrouw Saskia, het verlies van meerdere kinderen en later ook financiële problemen door dure aankopen en het grote atelier — gaven Rembrandts werk vaak een intieme, melancholische lading. Die ervaring van rouw en vergankelijkheid vertaalt zich in de ingetogen maar indringende mensbeelden in zijn religieuze scènes.

Centrale techniek in deze werken is clair-obscur: het spel tussen fel verlichte en diepe donkere partijen waarmee Rembrandt aandacht stuurt en dramatiek schept. In de verschillende versies van De aanbidding der herders zoekt hij telkens naar nieuwe manieren om licht te laten lijken alsof het uit het pasgeboren kind zelf straalt. In de olieverfvariant uit 1646, onderdeel van een losse Passiecyclus die hij maakte voor stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, vormt hij een compacte kring rond het kind. De herders staan dicht opeengepakt, gezichten worden subtiel verlicht, en de lichtbron is bewust onzichtbaar gemaakt zodat de intimiteit en de beweging van de aanwezigen benadrukt worden.

Naast de schilderijen experimenteerde Rembrandt intensief met grafiek. Zijn etsen uit 1654 en vooral de drie varianten rond 1657 tonen hoe hij via lijnen, arceringen en verschillende „staten” van dezelfde prent de lichtintensiteit en compositie kon verfijnen. Vroege etsen zijn luchtiger van toon, met meer open ruimtes; latere staan steeds donkerder en verstiller van karakter. In etswerk ziet men ook meer dynamiek: personages en dieren schuiven langs elkaar, de stal lijkt krapper, en het contrast tussen dichtgekraste en open delen brengt het licht omhoog.

Rembrandts atelier in Amsterdam functioneerde als broedplaats voor jong talent. Leerlingen als Govert Flinck, Ferdinand Bol en Carel Fabritius kopieerden en herwerkten vaak zijn composities — zowel als oefening als om in de markt te voorzien — waardoor versies van De aanbidding der herders van hun hand duidelijk zijn Rembrandtiaanse invloed tonen: nadruk op licht-donker, natuurlijke gebaren en een intieme omgang met bijbelse figuren.

De verschillende versies van het tafereel — zowel schilderijen als etsen — bevinden zich tegenwoordig onder andere in het Rijksmuseum, The National Gallery in Londen en verzamelingen als de Pinakothek. Samen geven zij niet alleen een kerstverhaal weer, maar ook een doorlopend technisch en emotioneel onderzoek naar hoe licht een alledaags moment kan transformeren tot iets bovennatuurlijks.