Commerciële voetbalscholen gereguleerd of verdwenen
In dit artikel:
Amsterdam heeft de opmars van commerciële voetbalscholen stevig aangepakt: door strikte handhaving en verplichte veldhuurovereenkomsten zijn vrijwel alle commerciële aanbieders nu ofwel gereguleerd, aangesloten bij verenigingen of verdwenen. De maatregel levert de gemeente ongeveer €100.000 extra aan veldverhuurinkomsten op.
Als onderdeel van de Amsterdamse Voetbalagenda wil de gemeente het verenigingsleven versterken. Momenteel zijn 56 voetbalscholen in beeld, tegenover naar schatting 70–90 in 2023; 13 zijn opgenomen in een vereniging en 21 hebben een huurovereenkomst met de gemeente afgesloten. De overige scholen zijn gestopt of naar andere gemeenten vertrokken. Alle betrokken verenigingen en gereguleerde voetbalscholen voldoen inmiddels aan basisvereisten voor sociale veiligheid, zoals een VOG voor jeugdtrainers.
De Hogeschool van Amsterdam onderzoekt in opdracht van de gemeente de werking van voetbalscholen. Onder de 41 onderzochte scholen werden verbindingen met betaaldvoetbalorganisaties (BVO’s) en spelersmakelaars zichtbaar: zij melden gezamenlijk 262 doorgeleide spelers naar BVO’s en 82% deelt berichten over gezamenlijke toernooien en oefenwedstrijden. Die samenwerking versterkt hun imago richting ouders en spelers, maar de onderliggende afspraken en verdienmodellen blijven vaak ondoorzichtig. De HvA beoordeelt of deze netwerken voldoen aan wet- en regelgeving; het eindrapport verschijnt maart 2026.
Naast regulering ondersteunt de Voetbalagenda ook de amateurs: de gemeente beantwoordde ongeveer 100 hulpvragen van clubs over onderwerpen als vrijwilligersbeleid en ledenwerving, gaf intensieve begeleiding aan 12 clubs, trainde meer dan 300 vrijwilligers tot jeugdtrainer en bood een bestuurstraject (Besturen met Impact) aan voor 10 bestuurders. In 2026 start een nieuw programma voor 25–35‑jarigen die bestuurlijke ervaring bij amateurverenigingen willen opdoen.
Wethouder Mbarki benadrukt dat de extra veldeninkomsten worden ingezet om verenigingen verder te ondersteunen en waarschuwt voor nieuwe of verplaatste voetbalscholen met dubieuze constructies. Hij pleit voor een landelijke aanpak waarbij KNVB en Rijk een actievere rol spelen, zodat het amateurvoetbal weer gezond wordt en kinderen onbezorgd kunnen spelen.