Annica Muller wint finale Amsterdams Kleinkunst Festival, publieksprijs voor Daan Put
In dit artikel:
De finale van het Amsterdams Kleinkunst Festival bood opnieuw een sterke avond waarin het festival zijn neiging om genregrenzen op te rekken nogmaals liet zien. De vakjury beloonde performer Annica Muller met de AKF Sonneveldprijs; het publiek koos Daan Put als winnaar van de publieksprijs. De aanmoedigingsprijs, de AKF Shaffy Cheque, ging naar Dorelia Schraven. Het evenement speelde zich af in Amsterdam (met verwijzingen naar eerdere vertoningen in Frascati) en de finalisten treden op 20 december nogmaals in De Kleine Komedie op.
Muller (1991) viel op doordat ze meer performer dan klassieke kleinkunstenaar is. Haar voorstelling This is fucking chaos, die zij zelf als work in progress bestempelt, onderzocht bewustzijn en de rol van tijd in het leven: momenten die al voorbij zijn zodra je ze probeert vast te houden. Haar tekst en theatrale vorm smelten samen tot een directe beleving; de jury prees haar vermogen inhoud en spel naadloos te laten samenvallen en haalde haar acteerkwaliteiten in de slotscène aan. Mullers achtergrond — onder meer stripper, yogadocent en patiënt — functioneert als materiaal voor vragen over identiteit en tijdelijke rollen. Dat zij na Daan Put geprogrammeerd stond maakte het publiek aanvankelijk terughoudend, maar haar performance overtuigde alsnog de jury.
Daan Put won de publieksprijs en werd geroemd om zijn toegankelijkheid en commerciële potentie. Zijn voorstelling Boze boom en de mini-kartbaan van Marjan combineerde humor en absurdisme met een serieuze onderstroom van depressieve beleving. Put leverde een energieke, onvoorspelbare set vol beeldende grappen en snelle associaties; komische vondsten zoals een ludiek referendum over tuininrichting illustreerden zijn talent voor blijvende visuele anekdotes. De jury zag in hem een originele verteller die met rapritme en onverwachte intermezzo’s zijn innerlijke chaos tastbaar maakt.
Dorelia Schraven kreeg de Shaffy Cheque voor I love me(n), een fysiek krachtige voorstelling waarin ze persoonlijke relaties en grensoverschrijdend gedrag onderzoekt. Schraven combineert bravoure met kwetsbaarheid en weet daarmee het publiek mee te nemen; de jury noemde haar stem en lichamelijke spelsterkte opvallend. Tegelijk werden dramaturgische keuzes, zoals het betrekken van een man uit het publiek, bevraagd omdat die de vaart uit sommige scènes haalde.
Het AKF profileert zich verder als een festival dat kleinkunst oprekt en ruimte biedt aan hybride makers, en lijkt qua finalistenniveau de concurrentie met festivals als het Leids Cabaret Festival en Cameretten aan te gaan. De prijzen laten zien dat zowel experimentele, indringende performerkunst als toegankelijke cabaretvormen hun plek behouden binnen het hedendaagse kleinkunstlandschap.