Anke (79) staat al 50 jaar op de bres voor Amsterdammers met een uitkering: 'Veel cliënten zijn bang voor ambtenaren. Wij zijn dat niet'
In dit artikel:
Anke van der Vliet (79) staat al vijftig jaar op de bres voor Amsterdammers met een uitkering. Als ervaringsdeskundige – ze was zelf bijstandsgerechtigd toen ze in 1976 naar de oprichtingsvergadering in Hilversum ging – is ze sinds de start bij De Bijstandsbond betrokken. Nog altijd komt ze twee dagen per week naar het kantoor in woon-werkpand Tetterode aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam-West om samen met andere vrijwilligers spreekuur te houden.
Deze week viert de Bond zijn 50-jarig bestaan met een symposium, workshops, historische reflecties en muziek. Tijdens de jubileumviering wordt ook een manifest gepresenteerd dat komende zomer officieel verschijnt; daarin pleit de organisatie onder meer voor het afschaffen van de sollicitatieplicht voor bijstandsgerechtigden. Van der Vliet zegt daarbij: “Onze strijd voor meer sociale rechtvaardigheid gaat nog steeds door.”
De hulpvraag is volgens haar door de decennia heen weinig veranderd: veel cliënten komen met dreigende intrekkingen of kortingen van hun uitkering en voelen zich verloren in contacten met ambtenaren. Vrijwilligers bieden praktische ondersteuning, voeren spreekuren en schakelen waar nodig een van de twee gespecialiseerde advocaten van de Bond in. Van der Vliet benadrukt dat jarenlange ervaring helpt om problemen sneller te doorzien en mensen te kalmeren: “Mijn klanten vertrouwen me en kloppen aan als er iets loos is.”
Historisch begon De Bijstandsbond als landelijke beweging naar aanleiding van klachten over uitkeringen bij ombudsman Johan van Minnen. In de jaren tachtig voerde de Bond felle acties; die pionierstijd leidde volgens Van der Vliet ook tot verbeteringen in de dienstverlening van gemeentes, mede door initiatieven als cliëntenraden. Inmiddels is de Amsterdamse tak als enige overgebleven en functioneert zij als dé Bijstandsbond.
Van der Vliet neemt nu iets gas terug – ze is aangesloten bij Divosa en merkt dat veel collega’s jonger zijn – maar ze blijft voorlopig actief zolang er behoefte is: zolang er mensen met een uitkering zijn, blijven de vrijwilligers nodig.