Amsterdamse brug over het IJ honderden miljoenen euro's duurder
In dit artikel:
De Oostbrug over het IJ, een brug die Amsterdam nog alleen op de tekentafel heeft, blijkt veel duurder te worden dan eerst gedacht: kostenramingen zijn opgelopen van circa €336 miljoen naar ongeveer €650–850 miljoen. Dat blijkt uit recent vrijgegeven onderhandelingsstukken van coalitiepartijen Progressief Nederland en D66. Ondanks de forse stijging willen die partijen door met het project tussen Amsterdam‑Noord en het oostelijke deel van de binnenstad.
De precieze meerkosten hangen samen met de keuze voor een ‘verzorgde’ uitvoering (~€650 mln) of een ‘hoogwaardige’ uitvoering (~€850 mln) en met technische uitdagingen zoals een diepe oergeul en dure aanvaringsbescherming. Het tekort wordt geschat op globaal €100–300 miljoen, terwijl de gemeente juist op het punt staat omvangrijk te bezuinigen. De helft van de investering zou komen van de Vervoerregio Amsterdam (dertien omliggende gemeenten); hun bijdrage is inmiddels minstens verdubbeld ten opzichte van eerdere toezeggingen.
Voor realisatie is Amsterdam ook afhankelijk van Rijk en provincie, en ambtenaren vrezen dat het project kan vastlopen door andere financiële keuzes (zoals sluiting cruiseterminal) en grote uitgaven elders, zoals de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Bovendien zijn de verwachte kosten van een beoogde Westbrug aan de andere kant van de stad ook sterk opgelopen (nu ruim boven de €1 miljard), zodat ponten voorlopig nodig blijven.
De Oranjezomer: Tom Coronel heilig overtuigd van toekomst Max Verstappen: 'Honderd procent!'