Amsterdam moet geen referendum houden over Israëlboycot, adviseert commissie
In dit artikel:
Het Burgercollectief Amsterdam Palestina Referendum vroeg de Amsterdamse gemeenteraad om een volksraadpleging over een stedelijke boycot van Israël. Het collectief wil dat de gemeente alle contacten met Israëlische instellingen en bedrijven stopt en officieel erkent dat Israël misdaden tegen de menselijkheid pleegt jegens Palestijnen. Het verzoek is ingediend als een alternatief burgervoorstel — een bijzondere referendumnorm in Amsterdam voor ideeën die afwijken van het voorgenomen gemeentebeleid — een instrument dat nog niet eerder is toegepast.
De gemeentelijke referendumcommissie raadt de raad aan het verzoek niet te honoreren. Ze noemt twee hoofdargumenten: buitenlandse betrekkingen vallen niet onder de bevoegdheid van de gemeenteraad, en een gemeenteraadsbesluit kan geen juridisch bindende buitenlandse maatregel opleggen. Daarnaast waarschuwt de commissie dat het houden van referenda over standpunten ongewenst is omdat dat de deur zou openen voor talloze vragen over alle mogelijke politieke posities van de raad. De commissie wijst terug op de jaren tachtig, toen lokale anti-apartheidsmaatregelen in Amsterdam door hogere overheden werden teruggedraaid.
Het initiatief had als alternatief gediend voor het BDS-voorstel (Boycot, Desinvestering en Sancties tegen Israël) van raadsleden Nilab Ahmadi (De Vonk) en Sheher Khan (Denk); bij een referendum zouden Amsterdammers over beide opties hebben kunnen stemmen. De uiteindelijke beslissing ligt bij de gemeenteraad, maar het advies van de commissie weegt zwaar; de raad neemt begin mei een besluit.