5 tips om Amsterdamse vogels het broedseizoen door te helpen
In dit artikel:
Het broedseizoen van stadsvogels begint rond half maart en duurt tot ongeveer 1 oktober. Alle vogels en nesten zijn in Nederland beschermd; verstoring, vangen, doden of verplaatsen van nesten is verboden. Stadsecoloog Els Corporaal geeft vijf praktische tips om vogels in de stad te beschermen en broedsucces te bevorderen.
1) Stel snoeiwerk uit: snoei struiken en bomen bij voorkeur in februari of wacht tot na het broedseizoen, zodat verborgen nesten niet worden vernietigd.
2) Controleer op nesten voordat u klust: sommige soorten, zoals huismus en gierzwaluw, gebruiken jaar na jaar dezelfde plek. Kijk ook in schuren, op daken en op boten (een strak zeil kan voorkomen dat watervogels hun nest bouwen). Is er toch een nest op een onhandige plek, raadpleeg een stadsvogeladviseur via de Vogelbescherming. Als er eieren of jongen zijn, wacht dan tot ze uitgevlogen zijn.
3) Raak jonge vogels niet aan: jongen die buiten het nest lijken te zitten worden vaak door de ouders verzorgd; bij duidelijke nood kunt u de dierenambulance bellen (020 626 2121).
4) Honden aan de lijn: houd honden op plekken en tijden waarop loslopen is verboden, zodat vogels niet hun nest en jongen in paniek verlaten.
5) Maak uw woonomgeving vogelvriendelijk: zet onbespoten, inheemse planten neer, verwijder waar mogelijk tegels en beperk kattentoegang (binnen houden of kattenbel).
Extra context: door kleine gedragsaanpassingen in tuinen, op balkons en bij onderhoudswerk kunt u veel bijdragen aan het behoud van stedelijke broedvogels.