40 jaar stemrecht voor migranten: hoe de politiek een afspiegeling van de stad werd

donderdag, 19 maart 2026 (09:53) - Amsterdam.nl

In dit artikel:

In de jaren zestig en zeventig trokken tienduizenden Turkse en Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland en naar Amsterdam. Ze bouwden mee aan de economie, betaalden belasting en voerden gezinnen op, maar omdat ze geen Nederlandse nationaliteit hadden, konden ze niet stemmen of zich verkiesbaar stellen voor lokale politiek. Dat leidde tot onvrede: wie hier leeft en bijdraagt wil meebeslissen over wijkbeleid, scholen en voorzieningen.

Tijdens een herziening van de Grondwet en de daaropvolgende aanpassing van de Kieswet in 1985 werd dit knelpunt aangepakt. Sindsdien mogen mensen die vijf jaar legaal in Nederland wonen stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen en zich verkiesbaar stellen. Op 19 maart 1986 ging die nieuwe regeling in werking; dat was het eerste stemmoment voor niet-geregistreerde migranten, ook in Amsterdam.

Amsterdam nam een voortrekkersrol: lokale verenigingen zoals het Amsterdams Centrum Buitenlanders, HTKB, HTIB, KMAN en MVVN hielpen migranten politiek actief te worden. In 1990 behaalde een groep Amsterdammers met een migratieachtergrond tientallen zetels in de gemeenteraad en stadsdeelraden. Politici als Maviye Karaman (GroenLinks) en Ayhan Yalin (PvdA) symboliseren zowel de mogelijkheden als de teleurstellingen van die periode: Karaman kreeg veel voorkeurstemmen maar verliet de raad in 1993 uit frustratie over bezuinigingen en een stagnerend minderhedenbeleid; Yalin richtte zich op de belangen van kwetsbare groepen. Ahmed Marcouch, die als jongere dat eerste kiesrecht meemaakte en later zelf in de politiek en als burgemeester actief werd, omschreef het als politieke emancipatie: migranten werden “burger-in-wording”.

Veertig jaar later is stemmen zonder Nederlanderschap ingeburgerd (ieder die vijf jaar legaal woont mag deelnemen), maar betrokkenen benadrukken dat bereik, invloed en echte gelijkwaardigheid een blijvende opdracht blijven.